E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bandoeng, 11 maart 1939

Bdg., 11 Maart '39.

 

Beste Freddy,

Heel hartelijk dank voor Verbeet's poëmen. Ik tikte ze over - behalve het zeer leelijke voor Van Imhoff - en plakte ze in mijn waardeloos ex. van De Muze. Ik vond trouwens nog een ander gedicht, van De Neyn, waarin over Bantam en Batavia gerijmd wordt. - Wil je ook je moeder erg veel dank overbrengen voor alle moeite die ze zich geeft? Kan ik haar weer met iets ‘plezieren’? Jij wordt in zeker opzicht beloond door het resultaat in boekvorm, maar is zij dat ook? - In ieder geval ben ik erg blij dat we nu weer zoo goed opschieten. Ik werk op het moment aan Dirk v. H., maar zoodra de paperassen die je per gewone mail zond er zijn, kan ik weer wat aan Nix afleveren voor ‘deel II’. Er is maar één naar ding, onze illustrator Thomas zit nu in Holland en komt pas in Sept. terug en Pa Nix heeft geen letters genoeg om het zetsel erg lang aan te houden. We moeten er iets op vinden, proeven per luchtpost nr Holl. en teekeningen idem terug of zoo. De Muze gààt, maar niet zoo schitterend als op 't eerste moment leek. Tenslotte, het zijn verzen, en daar schrikken de grootste Comp.-beminnaars soms voor terug. Verder eig. geen nieuws. Nu Greshoff nr Z. Afr. is, wachten we hier maar af tot we van hem berichten van dat land zelf hebben; Bep wil trouwens liever eerst Europa terugzien, als dat kan. Kortom, tot eind Juli zitten we hier in Bandoeng; daarna?... Schrijf me weer eens langer, dan antwoord ik naar beste kunnen.

Hartelijke groeten, ook aan Rudie (de bundel is er nog niet!). Steeds hartelijk jullie

E.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie