E. du Perron
aan
Soejitno Mangoenkoesoemo

Bandoeng, 17 september 1938

Bandoeng 17 Sept.

 

Waarde Heer Soejitno,

Dank voor uw beide brieven. (U zult wel begrepen hebben dat uw eerste brief en de mijne elkaar kruisten). Wat u zegt over die artikelen, geeft me weer wat stevigheid in mijn oordeel, en zal ook Dr. Koets bijv. met moed vervullen! Ik heb hem nl. de verzekering gegeven dat hij - ook over ‘hellenistische’ aangelegenheden - zich gerust kon laten gaan, en schrijven zooals hij het in Holland zou hebben gedaan. - Toch moet u vooral niet denken dat De la Court en Karsten zich zoo superieur voelen. Ze zouden erg schrikken als ze dachten dat u dat van hen dacht en mij ervan verdenken dat ik u dan wel erg onaardig heb ingelicht. De kwestie is dat De la Court vrijwel uitsluitend een onderwijsman is; wat Karsten betreft, die lijkt mij veel subtieler; hij is overigens met een Indonesche getrouwd en - vooral op muziekgebied - zeer ‘ter zake kundig’. Maar... uit onzekerheid t.o.v. de Indonesiër begint een Europeaan hier zich een soort schema te vormen, om daar zelf mee geholpen te zijn, en langzamerhand wordt zoo'n schema dan de waarheid, waar niet van afgeweken kan worden (omdat alles dan weer op losse schroeven komt te staan) en waar tenslotte iedere Indonesiër zoo'n beetje aan moet beantwoorden. Ik voor mij, die me niet verbeeld den Indonesiër te kennen, sta - nu tenminste nog! - los van deze voorstellingen. Bovendien heb ik altijd de gewoonte gehad om mij te interesseeren voor wat afwijkt van den regel, niet voor wat zich uit-en-treure daarnaar komt schikken.

Laat ons rustig werken zooals het ons het beste lijkt, - als dat tijdschrift uitkomt. Ik reken toch op u, en zal u inderdaad tegen dien tijd wel een paar onderwerpen ‘suggereeren’, waarvan ik denk dat die u zouden kunnen pakken. Voor het oogenblik ben ik erg blij dat u besloten hebt eerst af te studeeren. Het is inderdaad het beste wat u doen kunt, vooral waar u zóó dicht gekomen bent bij het einde. Als dat tijdschrift van ons doorgaat, zal het toch zeker niet verschijnen vóór Januari 1939, en als u begint mee te werken vanaf het 3e of 4e nr., dan bènt u misschien al klaar met uw studie. - Kritiek en Opbouw is wat anders; maar daarvoor kunt u volstaan met korte getuigenissen. Kent u mijn ‘blocnote klein formaat’? Is dat niet een vorm, die u zou liggen? Dus: invallen, korte uiteenzettingen, wat Multatuli eenigszins slordig en spraakgebruikerig ‘ideën’ noemde. Allicht is er toch iets waar u wat over zou willen zeggen. Zend mij dat, als u dat overkomt, en meld er dan bij dat het gepubliceerd mag worden; ik zorg dan wel voor de rest.

Maar ik wil nu niet aandringen. Uw studie gaat voor, ook voor mij. Geloof mij, met hartelijke groeten, ook van mijn vrouw en aan de uwe,

steeds gaarne uw

EduP.

 

P.S. - Wat het kùnnen betreft, maakt u zich daar geen zorg over. Ik geef u de verzekering dat u (voor zoover het de taal betreft) zonder veel inspanning zéér goed zult schrijven. Het eenige is dus: uit te maken waarover u 't hebben zult.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie