E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Sitoe Goenoeng, 25 april 1938

Sitoe Goenoeng, 25 April 1938.

 

Beste Simon,

We hebben tot dusver maar 3 boeken gekregen: Colling over Hardy (hopelooze snert, door Bep behandeld - de bespreking is al een paar dagen weg), Suarès over drie arme grootelieden en Elie Faure, Méditations catastrophiques, dat Bep ‘doen’ zal. Hierbij mijn opinie over den unspeakablen Suarès.5335 Uit geen van deze 3 boeken zag ik kans een feuilleton te maken, dus mag dat nr aanl. van een volgende zending? Maar misschien vergiste ik mij in de berekening van 60 regels v. 7 woorden, ook al heb ik die mentaal teruggebracht (‘herleid’ is, geloof ik, beter hollandsch) tot 30 regels v. 14 woorden. Als mijn stuk iets te lang is, moet je dat voor een eersten keer maar vergeven, en ook ter wille van het feit dat ik er géén feuilleton van heb gemaakt!

Nog iets. Ik deed, zooals je weet, de Oeuvres Complètes van Gide voor de N.R.C. Ondanks mijn zg. brouille met Vic ging dàt zelfs door.5336 Deel 11 en 12 heb ik nog niet besproken, omdat ik door 't naar Indië gaan enz. de kluts wat kwijt raakte. Nu wacht ik op deel 13. Zou je een bespreking willen van deel 11, 12 en 13 tegelijk?5337 Zoo ja, hoe lang mag dat worden, zoo bij elkaar? ± een kolom? Ik zal Chevasson vragen waar dat deel 13 blijft. Maar jij of je luitenant van de N.R.C.5338 zou mij daarin kunnen helpen. Schrijf dan aan Mons. Louis Chevasson, N.R.F., Rue Sébastien Bottin 5, Paris 7e, dat de heer E. du P. nog steeds belast is met die besprekingen maar dat er vertraging in is gekomen door diens verblijf in Indië, dat jullie desalniettemin met smart wachten op de vervollediging en voltooiïng van die besprekingen en dat jullie daarom - ter besparing van tijd - hem vragen om den heer E. du P. linea recta deel 13 te zenden, indien reeds verschenen, en zelfs deel 14, 15 etc. indien zulke er reeds mochten zijn! Mijn adres kan je dan ook opgeven, liefst getypt: Molenvliet West 9a, Batavia C. (Java) - Dit zou inderdaad tijd winnen, want ik ben Chevasson een vriendschappelijk en uitvoerig schrijven schuldig en ik kom daar niet meer toe. Ik ben op de een of andere manier kaduuk: 't zij door de hitte van Batavia, die de laatste maanden helsch was, 't zij door de blindedarm, die me misschien toch in 't stiekeme ondermijnt (?), 'tzij door een steeds grooter wordende moreele depressie (hfdzakelijk veroorzaakt door 't stomme paperassengedoe op 't Archief, dat op zichzelf alleen maar sufmakend is maar me innerlijk irriteert omdat het 6 uur per dag duurt, 6 uur die ik 100 × ‘vruchtbaarder’ maken kon). Hoe dan ook, physiek voel ik me 60 jaar oud; ik heb dagelijks hoofdpijn, ben ‘op’ en beroerd. Brieven schrijven over ‘hoe ik 't maak’ gaat me alleen af aan erge vertrouwden, als Menno en Jan; in 't fransch lukt me dat heelemaal niet, en liegen of over andere dingen schrijven, is niets voor mij, dwz. ‘niet naar mijn aard’.

Bep maakt 't ook lang niet schitterend, maar houdt zich verbluffend goed vergeleken bij mij. Maar... zij doet dan ook niets, en gaat niet 6 uur per dag ‘naar kantoor’. De misrekening is: te denken dat je na die 6 uur en een siësta + bad wel fit bent en voor jezelf kunt werken in den avond. Met de hitte van Batavia is dat onzin. Gewoon 't feit van 6 uur gekleed op een stoel te moeten zitten is zóo, dat je leeg bent als je om 2 uur thuis komt. Een siësta lukt me niet: dwz. liggen natuurlijk wel, maar slapen niet, want mijn lichaam verzet zich blijkbaar instinctief tegen de nòg erger hoofdpijn die op een uur slaap volgt. Ik ben te nerveus voor dergelijke ‘ontspanningen’!

Gevolg: ik zit nu boven Soekaboemi, in een preangersch berglandschap, met een ziekteverlof van ± 10 dagen, en dat na nog maar 3½ maand kantoorarbeid. Als dit gekwakkel zoo doorgaat, neem ik met 1 Juli mijn ontslag.

We denken over naar Europa teruggaan enz. Niets sluit; 1o omdat deze heele vermaledijde tijd zich niet tot plannenmaken leent; 2o omdat er voor mij, zonder diploma's en met mijn aard en reputatie, nergens een uitkomst schijnt te zijn. Zeker niet in Indië, want een van de redenen van mijn depressie is: de bataviasche samenleving, die om te huilen is van de Ersatz-humbug of de brutale prolligheid. Als een Maecenas opstond om ons, ‘ex-forummers’, - waarbij ik dan ook Cola Debrot zou wenschen, - in staat te stellen een frisch strijdschrift in Batavia op te richten, en dan 5 jaar gegarandeerd: dàn was er in Indië goed werk te doen. Maar met het berekenende laffe tuig waar je nu als ‘bataviaan’ op rekenen moet - bah! Maffen is beter.

Ik verlang nr Europa terug om daar een boek te schrijven over mijn indische terugkeer. Misschien dat ik met het oog daarop beter doe met nog wat langer te blijven (ruim 2 jaar alles bijeen, dus tot begin 1939). We zullen zien hoe ik 't physiek uithoud, want dat wordt nu werkelijk het probleem. Misschien knappen de wandelingen hier me op. Maar 3 Mei zit ik weer op Batavia. En op ‘kantoor’...

Het beste met jou en later beter. Een hartelijke hand van je

E.

 

P.S. Daarnet kreeg ik N.R.C.'s met bespr. van je. Die van Atlant. Balladen en van Helman zijn uitstekend. -5339 Als mijn stukje véél te lang is, schrap er dan wat van.

5335Zie ‘Fransche letteren’ en ‘Letteren en kunst’. In NRC van 6 (av.) en 19 mei 1938 (av.) en 16 augustus 1938 (av.). Achtereenvolgens Elisabeth du Perron-de Roos over A. Colling, Le romancier de la fatalité, Th. Hardy (Paris 1938); DP over A. Suarès, Trois grands vivants, Cervantès, Tolstoï, Baudelaire (Paris [1937]) en Elisabeth du Perron-de Roos over E. Faure, Méditations catastrophiques (Paris 1937).
5336In ‘Fransche letteren’. In NRC van 29 januari (ocht.), 21 februari (av.) en 11 november (av.) 1933 en 6 januari (ocht.) en 13 november 1935 (av.) (Vw 6, p. 56-58, 68-70, 106-110, 152-156 en 180-183).
5337DP besprak A. Gide, Oeuvres complètes XI, XII, XIII, XIV ([Paris] 1936-1938) in ‘Fransche letteren’. In NRC van 12 januari 1939 (av.) (Vw 6 p. 339-342).
5338De redactie-assistent P.J.G. Korteweg.
5339‘Een beschouwing over diepzee-poëzie’ en ‘De verloren zoon in aantocht’. In NRC van 19 maart 1938 (av.) en van 26 maart 1938 (av.). Over H. de Vries, Atlantische balladen (Maastricht 1937) en A. Helman, 's Mensen heen- en terugweg (Rotterdam 1937).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie