E. du Perron
aan
G.O. Tissing

Garoet, 15 november 1937

Garoet, 15 Nov. '37.

 

Beste Adé,

Als ik mij niet vergis hebben we lebaran5041 samen met Sinterklaas, dit jaar, dus 5 à 6 Dec. Dan komt Jansen van Batavia hier. Daarna ben ik vrij, dus zeg vanaf 7 Dec. Van hier dachten wij ± 15 Dec. naar Batavia te gaan. Dus eigenlijk is de eenige tijd die mij dan nog schikt tusschen 7 en 14 December. Kan dat voor jou? Zoo ja, laat ons dan zooveel mogelijk zóó afspreken. Maar wel zou ik graag iets hiervan zeker weten, omdat als Batavia eenmaal begonnen is, de boel zóó kan loopen dat ik uit wanhoop meteen op de boot stap.

Tot overmaat van plezier blijkt mij nu hier dat ik amoeben-dyssenterie heb, vmdl. al een jaar lang. Die beestjes hebben zich in mijn lever genesteld. Ik word nu goed aangepakt: streng diëet, injecties, bittere poeders enz. Je wordt er wel slap van; maar 't is beter zoo dan een lever-abces te riskeeren - wat me nu toch sowieso boven het hoofd hangt (als je dat van een lever-aangelegenheid kan zeggen).

En jij, Dé? De malaria?

Werkelijk, we moeten for the sake of the past niet te lang wachten met dat gezamenlijke bezoek aan Balekambang. Met 4 dagen uit en thuis zijn wij ruim klaar; dus als ik je bv. 7 of 8 Dec. in Bandoeng ontmoet, kan ik uiterlijk 13 Dec. bij Bep in Garoet terugzijn om samen naar Batavia te gaan. Wel moeten we allebei zorgen dat we daar geen nieuwe portie malaria halen.

Dus, Dé, probeer iets vast te stellen. Ik eindig hier nu maar. Op den achterkant een antwoord aan Ira. Haar brief, die ik voor Bep vertaalde, heeft ons erg ‘getoucheerd’. Ze is toch echt een aardig kind; we hopen haar ook terug te zien, zeker als wij weggaan.

Veel hartelijks van ons twee, je

E.

 

Ira,

Noehoen loba keur serat, ti djoeragan istri ogè. Perkara eta balik ka nagri, atjan tangkoe; tatapi lamoen djoeragan istri teu bisa kade deni, toeloej ten damang waè, koemaha atoek? djadi kawas di paksa. Oerang doewaän hanjakal loba ogè lamoen kapanggik deni ka Ira, tatapi soegan bisa kapanggik kènèk. Eta djelema anoe sèdjèn, anoe entenk bageur ka Ira teh, tangtoe djelema ten poegoeh, Memang walanda anoe kitoe teh naker di tanah Djawa; oerang oge katjida idjid-na ka anoe kitoe, tatapi Ira teh entong tjeurik, sebab anoe kitoe ente aja sampe harga keur di pake katjeurik, mgeun koedoe di pake ka-oetah waè. Kaharep oerang doewaän teh Ira sing lila keneh di toean Tissing, da eta teh to batoer oerang oge soegan anoe pang bageur-na, djeung katjida haa hatè. Engke meureuman Ira bade balik deui ka Rantjasoeni, ari kitoe bade senang deui, nja? Aleintje kirim loba tjioem ka Ira, ti oerang doewaän di kirim loba tanda kanjaäh. Sampe papanggik deui!

E.

5041Feestdag na het einde van de islamitische vastenmaand.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie