E. du Perron
aan
J. Greshoff

Tjitjoeroeg, 27 augustus 1937

Beste Jan,

Ik heb weer 3 brieven van je, maar antwoordde expres niet op 1 en 2, omdat ik het antwoord op mijn laatste brieven wou afwachten. Goddank is dat er nu! Ik heb je wel erg gepest, maar geloof niet dat deze heele historie aan mij plezier heeft verschaft. En die snertzaak van Het Vad. (met Menno dan) kwam de rotsmaak nog wat kruiden. Enfin!

Zoodra het boek van Saks er is, zal ik mijn stuk schrijven. Ik heb nooit plan gehad dezen ouwehoer van een socialistischen Droogstoppel zóó uit te schelden als in mijn particuliere correspondentie, ik ben ook niet heelemaal een kind meer en besef heel goed hoe ik dan mijn eigen betoog zou hebben verzwakt. Maar gegeven dat ik mij deze zaak al ontzettend had aangetrokken (nieuwe verklaringen overbodig), deden je condities niets dan zout in de wond. Ik heb nu van Q. drukproeven gekregen en in mijn boek voorloopig afgerekend met Saks; o.a. afdoend aangetoond, geloof ik, dat de peutervirtuoos nog niet eens zonder fouten peuteren kan.* En dat zijn fameuse ‘reconstructies’ voor de helft gebazel zijn. De rest is een kwestie van toon en van smaak. J.v.N. schreef me ook dat hij niet kon proeven dat deze Saks een soortement Vautel4853 is. Ik begrijp het dan niet. Is 't dan werkelijk alleen maar omdat ik er ‘zooveel meer van weet’ dat ik 's mans houding tegenover M. geborneerd, laf en laag vind? Misschien dat alles duidelijk wordt als je mijn boek over Mult. gelezen hebt? Ik laat J.v.N. een ex. van mij zenden, particulier. Ook Jany en Jean de Sturler. Maar verder niemand, want Q. zal ook wel gierig zijn met auteurs-exx. Jij, Menno, Henny moeten dan maar uit eigen krachten en relaties een ex. vragen. Dat zal ook wel geen moeite opleveren, zelfs niet voor Henny, in dit geval.

Ik las G.N. van Aug. Inderdaad, al dat gedoe over Van de W. heb ik maar overgeslagen. Bep zegt dat het stuk van Vic veel aardigs had, vooral over de ‘verloren gevoelswereld’ - v.d.W. ‘verloren’ door het tegenwoordige geslacht.4854 Het stuk van Cool vond ik best, en voor een groot deel heeft hij gelijk ook. Coster is meer steêvast humanist dan ik, die alleen door het fascisme in die richting geduwd word.*4855 Dat ik het ook nog over Coster's stemgeluid en preektoon heb, is natuurlijk wat anders; maar waarom zou Kool dit niet zeggen? Als je denkt dat ik, die om het stuk van Saks zoo uit mijn slof schoot, dus hierdoor ook onaangenaam getroffen moest zijn, vergis je je; d.w.z. is de ‘logica’ weer eens abuis. Ik heb 't stuk van Kool met zekere genoegdoening gelezen, gun Coster deze troost en zou haast lust hebben in G.N. te verklaren dat Kool-en-Coster inderdaad gelijk hebben op dat punt. Maar dat zou aanstellerig zijn, vrees ik.

Als mijn werkplan precies wordt uitgevoerd, heb ik eind van dit jaar - en voordat ik dus aan dat Archief geklonken word, al is 't dan maar als daggelder - vijf verhalen klaar: de 5 eerste van de z.g. ‘Onzekeren’. Ik maak nog steeds notities, enz., maar met 1 Oktober hoop ik door alle ‘voorwerk’ heen te zijn, en rechtuit te kunnen schrijven. Bid voor me. Ik heb de pest in dat ik jouw vacantie mee heb helpen verknoeien, maar de schuld is Saks en nog eens Saks, dat oude rund met een buikvol peutermicroben en een telraam tot hersens. Was de man postambtenaar?4856 Ik meen dat je me eens zooiets verteld hebt. In dat geval is hij grotesk geslaagd. Je hebt een ambtenaar bij de spoor gehad die detective-verhalen is gaan schrijven met niets dan alibi's die door spoorboekjes worden te niet gedaan, met misdaden door 't juiste gebruik van spoorwissels, enz. - de man heet Freeman Wills Crofts,4857 en is een ongelooflijk ongeniaal stuk idioot als verteller. Saks baseert een heele detective-story op de post die Multatuli op 29 Maart in Lebak kreeg. Je hebt het natuurlijk gelezen, maar hoe nonsensikaal (inpl. van ‘scherpzinnig’) het is, zal je misschien pas ontwaren als je mijn tegenbetoog leest. En zoo is er meer. Als alle z.g. scherpzinnigheid inpl. v. door slappe recensenten, die alles allang gelooven eens aan ‘tegenonderzoeken’ werd onderworpen, wat een kinderachtige kul zou je dan tot uitkomst krijgen, 9 op de 10 keer!

Ik antwoord beter op den brief dien jij aankondigt. Heel veel hartelijks, ook aan Aty, Jan, Kees, en een ferme hand van je

E.

Tjitjoeroeg, 27 Aug. '37.

P.S. O ja, dit zou ik nu haast vergeten: ik heb geen oogenblik gedacht aan ophouden van vriendschap. Ook mijn uittreden uit G.N. zou daar niets aan veranderd hebben, dat spreekt. Alleen toen jij zoo'n beetje deed voorkomen dat alle literatuur daarbuiten viel, heb ik geprotesteerd en gedacht: ‘waarop gronden we dan een nieuwe vriendschap?’

*Waar is zoo'n vent dàn nog goed voor? Ik vraag 't je in alle kalmte.
4853Clément Vautel (ps. van Clément Vaulet, 1875-1954), journalist-chroniqueur; schreef in vlotte, geestige trant een aantal romans, waarin mensen en toestanden op een vaak gechargeerde wijze worden gehekeld.
4854In GN 35 (1937) 8 (augustus), p. 149-284 stonden onder andere artikelen over Karel van de Woestijne van F.V. Toussaint van Boelaere, Karel Jonckheere, Victor E. van Vriesland (‘Van de Woestijne en zijn tijd’, p. 221-228), Raymond Herreman, August Vermeylen en M. Roelants en één stuk van Van de Woestijne.
*Bep zegt: ‘Dan is Coster toch ook nog maar de kunstzij van het humanisme’. Maar om zulke begrippen van qualiteit moet je niemand lastig vallen in Holland!
4855H.C. Kool, ‘Bij Dirk Coster's vijftigste verjaardag’. In GN 35 (1937) 8 (augustus), p. 278-280. Hierin schrijft Kool ondermeer: ‘...het humanisme, waartoe thans, zeker niet zonder de invloed der omstandigheden, hij [Du Perron] en zijn bentgenoten zich ook hebben bekeerd.’ en ‘Als kompas bleek het [Costers aestheticisme en ethiek] bestendiger nauwkeurig te wijzen dan de waardigheid van den smallen mens, die slechts reagerend tot het besef der voorwaardelijke noodzakelijkheid van het humanisme schijnt te komen.’
4856Saks is nooit bij de P.T.T. werkzaam geweest, maar werd opgeleid tot onderwijzer en apotheker, werkte met grote onderbrekingen in de apotheek en was actief in de journalistiek.
4857Freeman Wills Crofts (1879-1957), tot 1929 inspecteur bij de Ierse spoorwegen; schreef nadien detective-verhalen (vgl. E. du Perron, Het sprookje van de misdaad, [...]. Amsterdam etc. [1938], p. 21-23; Vw 6, p. 560-562).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie