E. du Perron
aan
H. Samkalden

Tjitjoeroeg, 5 augustus 1937

Tjitjoeroeg, Donderdag.

 

Beste S.,

Dezen Zondag komen hier

Dahler + 2 jongelieden,4800 maleische letterkundigen. Voel je ervoor om erbij te zijn? ik waarschuw je in alle gevallen.

Hoe broederlijk prijkten wij gisteren op de plaats van het halfonttroonde Elsje! Ik geloof dat zij kwaad is, en dat Ritman verkeerd doet deze kwaadheid te vermeerderen door aankondigingen als dat geëncadreerde stukje.4801 Maar ik ben vastbesloten haar niet te pesten en haar zoo zelfstandig mogelijk te laten en heb in dezen geest aan R. geschreven.

Ik heb hier mijn volledige gedichten (vermeerderde herdruk v. Stols) voor je. Maar goddôme, laat je zien! Hartelijk je

EdP.

 

Waarschuw even als je Zondag komt met het oog op het proviandprobleem. Want blijf dan rijsttafelen.

4800Pieter Frederik Dahler (1883-1948), voormalig ambtenaar van het Binnenlands Bestuur, was voorstander van een autonoom Nederlands-Indië en had onder andere zitting in de Volksraad; Soetan Takdir Alisjahbana (1908-1994), geboren in Tapanoeli (Noord-Sumatra); en Armijn Pané (1908-1974 of 1975), geboren in Muara Sipongi (Tapanoeli, Noord-Sumatra).
4801Bij ‘De planter in de literatuur’ van DP, die de literaire kroniek in het Bataviaasch nieuwsblad had overgenomen van mevrouw E(lsje) Meijer-Brouwer, was door Ritman de volgende tekst in kader geplaatst: ‘Hoewel het boek van Beb Vuyk, “Duizend Eilanden”, eenigen tijd geleden reeds door onze medewerkster E.M.B. in deze kolommen werd besproken, geven wij thans nog plaatsing aan een critiek van E. du Perron omdat hierin de kwestie van den Indischen plantersroman algemeener wordt gesteld en daarbij tevens een principieeler behandeling vond.’ In het Bataviaasch nieuwsblad van 4 augustus 1937 besprak Samkalden J.W.F. Werumeus Buning, Ik zie, ik zie wat gij niet ziet.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie