E. du Perron
aan
N. Debrot

Tjitjoeroeg, 12 december 1936

Tjitjoeroeg, 12 December.

Beste Cola, Nu 2 maanden geleden verlieten wij Marseille, dat wordt dus 3 maanden voor je deze brief krijgt. Voor de goedkoopte doe ik het toch maar zoó; op deze postblaadjes die hier erg in zwang zijn. Later beter, als je me hierheen geschreven hebt. We zijn nl. niet in het huis dat Tissing voor ons ontdekt had getrokken, omdat de tuin ervan maar heel klein was (met een vijver erin die tevens beerput speelde) en het eigenlijk midden in de kampoeng lag. Een oude oom en tante (86 en 73 jaar) stelden daarop hun vroegere huis tot onze beschikking, in Tjitjoeroeg, 5 minuten loopen van ons eigen oude villa, waarmee de indische herinneringen van Ducroo beginnen: die driehoekige berg Salak, de sawahs, etc. Dat huis ligt hier nog, vrijwel onveranderd, alleen anders geverfd. ‘Gedong Lami’ daarentegen is flink verpest, doordat het gemeentekantoor is geweest. Ik heb er al mijn lust om die passage van de Negerin in te evenaren, voelen wegsmelten; hoogstens kan ik nu nog opteekenen waarom die lust niet kon blijven bestaan! Het oude hek, dat je een idee gaf van diep-in te liggen, van beschermd te zijn, is weg, met den grond gelijk gemaakt, zoodat het net is of het huis sindsdien tegen de straat gesmeten werd. Allerlei boomen zijn omgekapt, het erf griezelig ingekort; de achtergalerij met rasterwerk (als voor loketten) afgesloten; de deuren en ramen donkerrood geverfd (van een akelig sang-de-boeuf), zoodat de muren erdoor zijn ingeschrompeld, en het heele huis er ingedrukt door uitziet. Alleen de tegels zijn gebleven, en wonderlijk genoeg, ook het vitrophaniepapier op de ruiten. Maar alles verwaarloosd, vervuild; je zou in de hoeken moeten krabben om er nog een stukje ‘ziel’ uit te halen.

Hier daarentegen is het heerlijk, 's Avonds ook wel somber: de planken vloer kraakt dan en alles klinkt hol, maar 's morgens en 's middags na 5 absoluut verrukkelijk. Bep moet nog acclimatiseeren en krijgt om den zooveel tijd een stuip als ze een spin, kakkerlak of daarop gelijkend insekt ontmoet; ik ben niet alleen kakkerlakken-dooder maar ook zooiets als ‘heer van de huishouding’, want zij spreekt nog maar 1½ woord maleisch en geen jota soendaneesch. Maar het gaat best; als ik hier nu ook maar werken kan. Daarover dan later, als ik ook weer wat van jullie gehoord heb.

Wat je over die polemieken schreef: ‘schenk ze ons, maar onttrek er jezelf aan’ vind ik alleraardigst en allerminst zot; dat zou dè wijsheid zijn! Menschen als Sorel hebben geprobeerd dat principe toe te passen in de politiek: er buiten blijven en dáárom juist goed zien hoe het is. Pom - ja, ik weet dat hij zelf zegt dat hij het niet zoo bedoeld heeft. Maar: hij zegt dat een 1e rangs auteur iemand is die zelf uit zijn werk verdwenen is; daarna: Multatuli is Max Havelaar. Als Mult. Hav. is, is Hav. Mult., zou je zoo zeggen! En dan is Mult. ook niet uit zijn werk verdwenen, dus geen 1e rangs-schr. Nu zie ik al de subtiele kracht opzetten die ons overtuigen moet dat Mult. wèl Hav. is, maar Hav. (daarom juist??) volstrekt niet Mult. Maar aan zulke subtiliteiten vegen wij onze.... af. Dan komt ons doodgewone gezond verstand ons te hulp, dat ons zegt, dat, n'en déplaise alle Pommen, Mult. nu juist niet precies het voorbeeld is van een auteur die uit zijn werk verdwenen zou zijn. Want dan zijn ze het allen! Deze overwegingen hebben gemaakt dat ik mijn stukje4410 handhaafde, al heet ik dan Pom verkeerd te hebben verstaan.

Over Slauerhoff later. Schrijf ons over jullie; over je werk. Ik las in de N.R.C. een heel serieuze bespr. van Willink's tentoonstelling4411; heeft hij ook materieel succes gehad? En hoe gaat het: 1o met je studie, 2o met Carlotta Echeverria alias Morales alias Campbell?4412 Is Estelle nog altijd wars van den dans, of krijgt zij af en toe toch een steek? Heel veel hartelijks onder ons 4en, en beschouw dit briefje als voorloopig. Je

E.

4410In Blocnote klein formaat, p. 115-121 (eerder als ‘Kijk waar hij zit’. In Forum 3 (1934) 12 (december), p. 1202-1203; Vw 5, p. 61-64); een reactie op Nijhoffs antwoord op een enquête over onder- en overschatting in Het vaderland van 12 november 1934 (av.).
4411Van 17 oktober tot 5 november 1936 exposeerde Willink in kunsthandel Van Lier te Amsterdam. Hierover in de rubriek ‘Plastische kunsten’. In NRC van 27 oktober 1936 (av.).
4412Carlota Campbell is een personage uit C. Debrot, ‘Op Guadeloupe’ (GN 34 (1936) 12 (december), p. 525-536), een fragment uit zijn roman Bewolkt bestaan. Amsterdam 1948. Aanvankelijk wilde Debrot haar Carlotta Echeverria noemen. De naam Morales (lezing niet geheel zeker) is mogelijk een suggestie van DP.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie