E. du Perron
aan
J. van Nijlen

Parijs, 17 mei 1936

Parijs, Zondag.

 

 

Beste Jan,

Van de W.B. krijg ik het verzoek om een korte inleiding te schrijven voor Goena-Goena (van Maurits). Zou je voor mij dat artikel kunnen (laten) overschrijven, of -typen, dat je me indertijd liet zien over Daum in Holland? Was het niet in een oude Winkler Prins of zoo? ik meen dat je het boekwerk bij je thuis had - of kwam het uit een bibliotheek? Geef me dan ook op hoe dit boek heet en van welk jaar het is. Het lijkt mij wel aardig om dat artikel te citeeren.

Graag spoedig, want de W.B. wacht. - Hoe gaat het verder?

Hier geschikt. Ik hoorde over je van Jany, die nu hier is, en zich aangordt om de bretoensche contreien in te trekken, als eertijds Caesar. Weinig nieuws overigens; tot goed werk kom ik niet. Later meer.

Hartelijke groeten, ook aan ‘de jouwen’ en van Bep, dank bij voorbaat, een hand van je

E.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie