E. du Perron
aan
H. Marsman

Parijs, 11 mei 1936

Parijs, Maandag, 11 mei '36.

 

 

Beste Henny,

Waarom heelemaal geen bericht? Ik kom heel slecht tot schrijven; het is net of ik niets meer te zeggen heb. Ik kan wel dingen ‘verzinnen’, maar ze wellen niet meer spontaan op. Dat verklaart mijn zwijgen.

De reis heeft Bep goed gedaan, maar nu is de moeheid er alweer. Wat kan daaraan gedaan worden? Ik reken eig. alleen nog maar op een rustig oord, voor àl deze dingen. We denken nu over Spa, omdat het goedkooper is dan de rest, en dichter bij Brussel en Holland. Maar al deze plannen wijzigen zich telkens; dus waarom erover te schrijven? Aix is lief, maar een beetje ‘opgesloten’, voor mijn gevoel; de herinnering eraan is mooier dan toen wij er waren. Prijzen kan ik je niet opgeven, dat scheelt nl. alles naarmate je in de stad woont of even erbuiten; Noth wil dit laatste doen, maar dat verandert veel, als je niet een erg goed wandelaar bent. Noth gaat eerstdaags daarheen terug, het beste is dat je je met hem in relatie blijft stellen als je ernstig over Aix denkt. Wij voelden veel meer voor Hyères; dat ons niet duurder leek. De prijzen van de huren daar zijn heel billijk: voor een huisje met tuintje 250 à 300 gldn. per jaar. Je kunt, als je je dààrvoor interesseert, schrijven aan Agence Astier en Agence Pons (2 verschillende) in Hyères, om opgaaf van prijzen, etc. Voor Aix: aan het Syndicat d'Initiative schrijven en precies opgeven wàt je wilt.

Nu zou ik graag hooren wat er met mijn stukken gebeurd is. Ik kreeg een Groene met Bep over Spender erin (wat een aanstellerij van dat wicht om ‘E. de R.’ te zetten, terwijl wij onze rotstukjes voluit teekenen!) maar van mezelf niets.4186 En je moet nu nog 3 stukken van me hebben. Kunnen jullie die niet wat vlug opruimen, want ik wou nog schrijven over Valéry (Variété III) en over Pollès, Les Gueux de l'Elite,4187 dit laatste van belang als tijdverschijnsel (genre Wagener en Céline door elkaar of de woedend-rochelende journalist). Ik vind dat wij ons over die dingen moèten uitspreken; hier is het onze plicht om ‘partij te kiezen’. - Maar als ik zoo erg sporadisch aan het woord kom, heeft het niet veel zin meer.

Als Jan niets meer voor De Groene wil schrijven, wil ik best de fransche letteren daarin ‘doen’, maar niet minder dan met een stuk om de 14 dagen. Na Valéry en Pollès wil ik dan behandelen: Histoire de mes Pensées van Alain (zijn meesterwerk), en Les Jeunes Filles van Montherlant (hoè 'n con hij is, bewijst hij hier pas goed in!)

Tegen dat ik daaraan toe ben zitten we misschien in Spa. Tenzij we tot 1 October hier blijven, wat nog kàn.

Spa is mooier dan in die 3 rotregendagen dat wij het gezien hebben.

Jany is op komst, kan overmorgenavond al hier zijn (als zijn plannen doorgaan). Verder weinig nieuws. Ik lees het Journal van Stendhal, dat erg overvloedig is en soms vervelend, maar dat mij veel leert over de idiotieën van de jeugd, ook bij een zeer lucide mensch. Verder heb ik allerlei plannen, maar ik kom niet tot gespannen werken. Ik weet (voel) ook heel goed waarom. Ik heb gesolliciteerd bij de W.B. - waar Endt weg is -, het zal wel niets opleveren. Ze bieden me fl.25. aan voor corrigeeren, bezorgen en inleiden van Goena-Goena van Maurits; daar zal het wel bij blijven.

Vertel eens van je werk. Ik kreeg het boek Van Leeuwen; aardig, maar ik neem van mijn opinie niets terug; het is een getrapte Hollander die van sommige dingen nooit een bal zal begrijpen. Je moet hem nemen met de moyens en de goede wil die hij heeft: de eerste zijn diep-middelmatig, de laatste is hoogst lofwaardig. Ik schreef hem héél vriendelijk, wat hem wschl. stijven zal in zijn vizie op me, waaruit ik tevoorschijn kom als een concurrent van Anthonie Donker. Nu, ik ga niet den héélen weg terug4188 op deze zijkantjes, in omgekeerde volgorde! Hartelijke groeten onder ons 4, een hand van steeds je

E.

 

P.S. - Ja, toch nog wat hierop: ik schreef Slau een brief,4189 zoo aardig als ik maar kon, in de gegeven omstandigheden. Geen asem. Het spijt me.

4186E. de R., ‘Oxford versus Europa’. In De groene Amsterdammer van 9 mei 1936. Een bespreking van Stephen Spender, The Burning Cactus.
4187Niet gebeurd. In De groene Amsterdammer van 1936 verschenen na 11 mei van DP nog de volgende drie stukken: ‘Bellen blazen’ (13 juni 1936; over F. de Chazournes, Jason), ‘Verborgen grootheid’ (4 juli 1936; over M. Jouhandeau, Chaminadour I, II) en ‘Onwezenlijkheid en realiteit’ (22 augustus 1936; over V.E. van Vriesland, Afscheid van de wereld in drie dagen). Zie Vw 6, p. 183-185, p. 186-187 en p. 188-190.
4188Deze brief bestaat uit twee tweezijdig beschreven bladen. Vanaf ‘terug’ (in ‘maar ik neem van mijn opinie niets terug’) is de tekst in de vier marges geplaatst, te beginnen bij blz. 4 en eindigend bij blz. 1 zodat DP uiteindelijk toch ‘den héélen weg terug’ is gegaan.
4189Niet teruggevonden. Zie ‘Woord vooraf’ van deze uitgave, Deel 1, p. 10.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie