E. du Perron
aan
H. Marsman

Le Roselier-en-Plérin, 25 december 1934

Bretagne, 25 Dec.

 

Beste Hennie,

Je brieven - oud en nieuw - deden mij groot plezier. In de eerste plaats wat je schreef van De Sm. M. Het doet mij vooral goed dat je me ditmaal tenminste ‘heelemaal gevonden’ hebt! Dat dat met Ducroo niet het geval zou zijn, kan ik mij nog niet goed voorstellen; wacht tot je alles gedrukt vóór je hebt. Bep zegt dat het voor iedereen die niet verliteratuurd is ongewoon boeiend moet zijn, en verreweg het beste wat ik ooit van me gegeven heb, y compris De Smalle. D.w.z. ze vindt allebei even goed, maar zou Ducroo toch kiezen, zijnde... enfin. Het is haar opgedragen!

Ik heb mijn volgende boek al heelemaal in mijn hoofd en denk dat het ook 100% bevatten zal wat ik te geven heb. Ik wou jou dat opdragen; daarover spreken we nog wel. Titel wschl. De Onzekeren.

Nu antwoord ik maar op je vragen. Maar eerst dit ‘programma’; half Januari denk ik met Ducroo klaar te zijn, dat half April wschl. al uitkomt. Daarna moet ik wschl. Fermina Marquez vertalen (voor Stols). Maar eind Jan. dacht ik even in Brussel te komen en zelfs in Holland; o.a. om met Querido te spreken. Kan jij dan ook even in Amsterdam komen, dan doen we alles af wat over dien bundel bepraat moet worden.*3495

Ik voel soms ook meer voor Po Sju I en Yuan Sjen dan voor Larrios, om dezelfde reden als jij. Maar ik vind dat we ons bij dezen representatieven bundel niet met zulke vragen moeten ophouden. Iemand die Larrios leest, weet het maximum wat één verhaal zeggen kan van dezen auteur Slauerhoff, bij het andere leest hij een prachtig verhaal, maar heeft een verkeerd beeld van een Slauerhoff, specialist in een bepaald soort chineesche verhalen. Ik vind Po Sju I en Yuan Sjen èn knapper èn misschien beter, d.w.z. als verhalend proza ‘geslaagder’ dan Larrios, maar ik stem toch voor Larrios als zijnde veel meer onverhuld, en oorspronkelijker Slauerhoff.

(Toch vind ik het andere ding zóó verdomd goed dat ik, ook na deze redeneering, blijf aarzelen!... Zeg jij nu maar weer wat.)

Eén, twee, drie, vier, vijf is m.i. verreweg het beste verhaal van Vestdijk. Het boeiendste, het knapste èn het oorspronkelijkste. Hier dus geen twijfel. Het heeft in Forum gestaan,3496 vraag er hemzelf maar om. - Hoe gaat het met jullie brieven-roman?

Met Den Doolaard wil ik erg streng zijn, en alleen iets nemen wat boven zijn gewone flauwekul uitsteekt. Ik heb na Orient Express zeer duidelijk en pertinent mijn opinie over hem: het is een magazine-schrijver met vrij groote vertellersgaven, maar een onherstelbare boerelul. Die juffrouw van hem in den trein is weer om je te bepiemelen.3497 En zoo'n verhaal als Ogaru der Raüber (in Die Sammlung)3498 vind ik goed als meesterwerk voor Mork's Magazijn. Toch ben ik in principe niet tegen hem, als er iets bij is wat hem op zijn best geeft: peil van de beste stukken van De Druivenplukkers; of misschien iets heelemaal anders?

In Gabrielle van Loenen heb ik veel meer vertrouwen. Dat stuk van haar in den bundel van Bijleveld zou ik gerust willen hebben. Maar dat mag zeker niet, en misschien heeft ze nog beter.3499

Van Debrot vond ik het eerste stuk van Mijn zuster de negerin, ondanks alle onhandigheden, voor de sfeer, alleraardigst. Maar is het een verhaal of een roman? In ieder geval: lees alles van Debrot wat hij heeft.

En Helman? Dat vind ik ook over het algemeen je reinste magazine-peil. Misschien heeft hij iets nieuws. Anders is er misschien toch iets in Hart zonder Land of dat andere verhalenboek dat niet al te erg maakwerk is. De ‘naam’ is natuurlijk best.

Van Kuyle moet maar een prollenverhaal genomen worden, dus Sjooks (uit Balans).3500 Overigens ook magazine-peil, maar een vent die Harten en Brood kan schrijven, kan vast niet beter. Anders die visschenhistorie uit De Bries, meer een poème-en-prose maar literair het beste wat de man ooit geschreven heeft (in proza.)

Neen, geen fragmenten of reisboek-schetsen, tenzij ze absoluut een verhaal vormen. Een enkele keer (als bij Couperus) kan dat natuurlijk. Maar het principe lijkt me totaal verkeerd.

Geen Elsschot, geen Nescio.

Misschien Jany, maar het eenige dat ik zou willen hebben is De Afspraak. In dat geval moet de bundel daarmee openen. Minder doe ik het niet; beter heeft Jany als ‘verhaal’ nooit geschreven. Maar krijgen we dit, denk je? Ook van Van Dishoeck?

Van Van Genderen Stort, na Jany - tusschen Jany en Nijhoff - is ook wel een verhaal te nemen. Ik voel dan het meeste voor Een Nachtwake van Lambert Brodeck.*

Maar als wij Jany en V.G. Stort nemen, wie moeten dan ook nog bekeken worden, uit die zelfde generatie?

Als je de Vlamingen neemt, onderzoek dan:

Roelants, Minne, Gilliams, Lode Zielens, Raymond Brulez, André Demedts (bv. diens verhaal Dood van een Dichter in Forum,3502 dat wel aangrijpend was) en natuurlijk Walschap.

Is Bordewijk van de generatie van Jany? Ik las 's mans novellen. Zeer handig en soms boeiend, maar totaal magazine-writing. Imitaties van Poe, Ewers, en iedereen.

Van Last en Dekker zou ik in principe graag iets opnemen. Maar dan moet het ook goed zijn.

Dit alles brengt je weer wat op weg. En o ja, dan is er een verhaal van Paul van Ostaijen dat ik als verreweg zijn beste beschouw en dat je zonder meer plaatsen kunt, want ik heb evenveel recht erop als Burssens en ik heb het bovendien uitgegeven bij De Driehoek, nl. Het Bordeel van Ika Loch.

Je ziet, we schieten op, zelfs zonder verder onderzoek!

Wat je me van Duitschland vertelt, vind ik zéér opwekkend en von Salomon lijkt me ‘prima’, zou Jan zeggen. Ik ken ook een zéér sympathieke jonge Duitscher, Ernst Erich Noth. Als je in Parijs komt, zal ik je met hem in aanraking brengen.

Perzië? Oorlog??.... Come what come may. Voorloopig kan ik niet gaan, en om het alléén te doen om 'm te smeren gaat tegen mijn betere aard, per moio! (Dit is een uitroep van Perrol met de Roode Hand,3503 jou natuurlijk straal onbekend.)

Die enquête in Het Vad. was ongehoord als verveling! En al die ‘vooraanstaande menschen’, die Menno gevraagd heeft! Wat je schreef van zijn stuk over Engelman ben ik vrijwel geheel met je eens; ik heb hem dan ook vrij kras geschreven wat ik ervan dacht.3504 En die vergelijking van poëzie en roes is èn onorigineel èn knudde. Toch staan er hier en daar - laat ons zeggen tot de helft - juiste dingen in: bv. wat hij zegt tegen die definitie van Kloos. Maar voor de 2e helft wordt het een goedkoop gezwam, waar ik zelf ook kriebelig bij werd. Ik vind den bundel van Engelman, die dan ‘sierpoëzie’ is, als geheel vrij wat sterker en echter dan het laatste verzenboek van Nijhoff. Maar, zooals Bep zegt, Menno schrijft over Awater alsof het een novelle was.

Heb je Le Chasseur Vert3505 nu gelezen?

Nu tot slot nog even een klein vraagje van niets - om even te beantwoorden onder het theedrinken: welke fransche verhalen zou ik kiezen tusschen 1780-1880!! Je moet weten dat de fransche 18-e eeuw wemelt van ‘petits conteurs galants’ die soms uitstekende dingen hebben geschreven; ik bedoel nu vooral: in een eersterangs-verhalend-proza juist, bv. Fougeret de Montbron, Crébillon fils, Godard d'Aucourt en dgl. Moet ik die erbij nemen of me alleen bepalen tot klassieker auteurs? Moet ik Diderot en Voltaire erbij nemen?*

Dan bv. Diderot, La Religieuse (een meesterwerk, maar misschien al een kleine roman). Anders: een kort verhaal waarvan ik de titel nu kwijt ben3506; zooiets als ‘een parel van een vrouw’ of zoo, bijna ‘de Zachtmoedige’ van Dostojevsky; dat uitstekend is! Le Neveu de Rameau zou ik bovenaan zetten, maar is dit een verhaal? Eig. toch wel, als je het begrip ruim neemt.

Van Voltaire Candide natuurlijk. Of L'Ingénu. (Ook te beschouwen als kleine romans.)

Van Chateaubriand - in Godsnaam - het voor de fransche literatuur onmisbare René.

Van Benjamin Constant: Adolphe. (Ook kleine roman?)

Van Alfred de Vigny: een verhaal uit Stello. (Niet La Canne de Jonc, ofschoon dat zijn beroemdste is; eerder nog La Soirée de Vincennes.) Maar een van de korte verhalen uit Stello: bv. Kitty Bell, waar hij later zijn beroemde tooneelstuk Chatterton van maakte, lijkt mij beter.

Van Alfred de Musset: één van zijn korte verhalen, ik zou moeten overlezen welke. Misschien Les Deux Maîtresses.

Van Hugo: wschl. niets. Toch zou ik onder het kortere werk nog eens willen ‘grasduinen’. Misschien toch Le Dernier Jour d'un Condamné (als het niet te lang is).

Van Stendhal: Mina de Vanghel.

Van Mérimée: Arsène Guillot. (Anders: La Double Méprise, dat alweer bijna kleine roman is, of Le Vase Etrusque.)

Van Xavier de Maistre: Les Prisonniers du Caucase. (Dit is een beminnelijk ouwehoerend katholiek auteur,* maar dit verhaal is treffend goed, en heelemaal niet ‘mak’.)

Van Flaubert: Un Coeur Simple (in Godsnaam!)

Van Alphone Daudet: Les Vieux (uit Lettres de mon Moulin). Of iets anders, want dit is in werkelijkheid misschien van Mistral of van Paul Arène!

Van Zola: L'Attaque du Moulin, of Naïs Micoulin of zooiets.

Van Erckmann-Chatrian: Hughues le Loup. (Zéér goed!)

Van Guy de Maupassant: het een of andere beroemde ding. Wat een rotwerk om het uit te zoeken. Bij Zola trouwens ook!)

Van de Goncourt: ook iets moois. (Als boven.)

Van Pierre Loti, van Anatole France ook het een of andere verhaal, dat je ook best zou vinden. Daar zou het dan mee op moeten houden; Gide is al te modern.

Maar dan zijn er natuurlijk allerlei verborgen juweeltjes, die geweldige resultaten kunnen geven, als je bv. zoekt bij de romantiek om Hugo: bij Gautier en Petrus Borel en zoo. Maar het is enorm wat je ervoor zou moeten zoeken, ik moet er niet aan denken. Bijv. van Baudelaire zou je La Fanfarlo kunnen nemen, van Nerval Sylvie of Octavie (beide eersterangs), van Aloysius Bertrand ook iets (?) van allerlei later onbekend geworden novellenschrijvers, waaronder Duranty, en van later: Ernest Hellen.

En natuurlijk één verhaal van Barbey d'Aurevilly, bv. Le Bonheur dans le Crime (dat is wel zijn allerbeste), en van Villiers de l'Isle Adam, die ik zoowat even onverdragelijk vind als Maupassant, ook de een of andere ‘conte cruel’; van Schwob misschien ook. En de humoristen: Courteline! En er zijn natuurlijk onverwachte vondsten te doen bij auteurs als George Sand, Henri Murger, Champfleury, Alphonse Karr, Léon Gozlan. Als je deze keuze bevredigend wou doen kostte het je een jaar hard lezen in de Bibliothèque Nationale.

Ik wil, tot belooning voor deze lijst, graag Undine van je hebben, d.w.z. Bep wil het graag. Stuur het naar Parijs, na 3 of 4 Januari. Hier nu maar de hand. Veel hartelijks, ook voor Rien, van je onverbeterlijke rotliterator-kameraad,

EduP.

 

P.S. Zend mij het lijstje verhalen van Hoffmansthal. Heeft hij ook iets genomen van Tieck en van Achim von Arnim? Waarom Chamisso niet?3507

 

Ik heb antwoord van Van der Meulen gehad. Dank.

*Hierover dus nader, uit Parijs.
3495De korte baan, Nieuwe Nederlandsche verhalen. Bijeengebracht door H. Marsman en E. du Perron. Amsterdam: Querido 1935. In de bundel werden de volgende verhalen opgenomen: R. van Genderen Stort, ‘Het vaderschap van Paul Hooz’; M. Nijhoff, ‘De Pen op Papier’; Jeanne van Schaik-Willing, ‘Barbaarsche Rhapsodie’; Paul van Ostayen, ‘Het Bordeel van Ika Loch’; Maurice Roelants, ‘De eeuwig Bestolene’; J. Slauerhoff, ‘Po Sju I en Yuan Sjen bij de Yang tse’; H. Marsman, ‘De Bezoeker’; E. du Perron, ‘Het Drama van Huize-aan-Zee’; Albert Helman, ‘De verdwenen Christen’; Gerard Walschap, ‘Genezing door Aspirine’; A. den Doolaard, ‘De schapen’; Eva Raedt-de Canter, ‘De Droom’; Maurits Dekker, ‘De Papegaai’; Jef Last, ‘De Slaaf’; Filip de Pillecijn, ‘De Schaduw’ en S. Vestdijk, ‘Een, twee, drie, vier, vijf’. De redaktie betuigde haar spijt dat van A. Roland Holst, De afspraak, van J. Vriamont, De exploten van Tabarijn en van Cola Debrot, Mijn zuster de negerin niet opgenomen konden worden.
3496Forum 2 (1933) 9 (september), p. 673-684.
3497In het hoofdstuk ‘Todor's duister leven’ uit Orient express gaat het personage Milja als koerierster per trein van Sofia naar Zagreb. Op de terugreis observeert ze Servische boeren (haar vijanden) en vraagt zich af of de Macedonische vrijheidsstrijd wel gerechtvaardigd is.
3498Die Sammlung 1 (1934) 8 (april), p. 412-417.
3499‘De lusteloozen’ dat de schrijfster onder haar eigen naam, Jeanne van Schaik-Willing, publiceerde in Twintig Noord- en Zuid-Nederlandsche verhalen. Utrecht: Erven Bijleveld 1930. Verg. n 2.
3500Albert Kuyle, ‘Sjooks (van Manhattan)’. In Balans, Algemeen Jaarboek der Nederlandsche Kunsten, 1930-31. Maastricht [1932], p. 12-17. Eerder in DVB 7 (1930) 7 (juli), p. 193-201.
*In: Paul Hooz en Lambert Br.3501
3501R. van Genderen Stort, ‘Een Nachtwake van Lambert Brodeck.’ In R. van Genderen Stort, Paul Hooz en Lambert Brodeck. Rotterdam 1913.
3502In Forum 1 (1932) 4 (april), p. 253-261. Maar niet opgenomen in De korte baan.
3503Met Jan van Schaffelaar hoofdpersoon in De schaapherder van J.F. Oltmans.
3504Brief van 20 december 1934, in Bw TB-DP 3, p. 102-105.
3505Roman van Stendhal, later getiteld Lucien Leuwen.
*Van den marquis de Sade zou ik één verhaal nemen: Eugénie de Franval.
3506‘Ceci n'est pas un conte’.
*Bekend om zijn Voyage autour de ma chambre.
3507Zie Deutsche Erzähler. Bloemlezing samengesteld door Hugo von Hofmannsthal. Leipzig 1921. 3 dln.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie