E. du Perron
aan
J. Greshoff

Le Roselier-en-Plérin, 20 november 1933

Le Roselier, 20 November.

 

Beste Jan,

Ik begin me erg ongelukkig te voelen, zoover van je af! Wat is er met je gebeurd? Hoe is de vergadering met Coenen afgeloopen? Ik geloof dat ik op wel 2 brieven geen antwoord heb; het wordt onrustbarend. Misschien verbeeld ik me dit ook maar...

Ik heb heel Indië van Ducroo af - op een apart portret na van Arthur Hille = Batten. Alles is naar J.v.N.: ± 100 blzn. En ik heb hier nog meer. Deze laatste 10 dagen heb ik weer ‘poot-an’ gespeeld. Nu moet ik wat verdienen gaan bij de N.R.C.

Wil je me, als je nu weer schrijft, op de volgende punten antwoorden:

1.Heb je ooit den brief ontvangen waarin ik de 3e bedreiging van La Royale Belge had gesloten? Ik heb daarop nooit een kik antwoord gehad, wat ook niet meer noodig was, maar vraag me nu af of die brief niet gewoon weggeraakt kan zijn. Dit ter contrôle van de post hier, die een beetje vreemd lijkt.
2.Heb je bij Mme Moens, of in de galerij er vlak onder, nog geprobeerd die éd. Jouaust te krijgen van Fontenelle?
3.Wil Coenen de herinneringen over ‘modern Vlaanderen’ en
4.wil hij het groote essay over onze nieuwe romans, of moet dit alles tot later worden opgeschort?
5.Heb je het adres van Arthur van Schendel? Wonen zij nu in België, gaan zij er wonen, of zijn zij naar Holland door?
6.Is het je onmogelijk om Jan van Oordt van Buning voor mij over te (laten) typen (schrijven)? Kan Truida het niet even doen? (Ik durf het haar niet vragen omdat ik nog altijd niet geschreven heb.)

Dat is alles; en het is minder dan het lijkt.

Ik ontving hier je 100 Dichters.2986 Het is een curieus werkje, en alleraangenaamst om erin te bladeren. De keuze lijkt mij heel goed, ook vanwege de vele halve inedita. Van Kelk alleen heb je een erg gek versje genomen, n.b. uit 2 fragmenten door mij saamgelapt, - en door de 3e strophe, die ongeveer heelemaal van mij is, bijwijze van overloop verbonden! Als je die ééne fameuze Pierrot niet nemen wou, waarom niet dat prachtige Nervaliaansche sonnet, met:

'de vogels - veer en vlam - in klapprende gewaden
krijschen verdoemenis en vechten zich in brand.2987

Verder spaar ik je mijn opmerkingen. Pannekoek heeft zich van de bibliografie ijsbaarlijk nauwkeurig gekweten.

Nu nog iets heel serjeus. Wij blijven hier tot eind van de maand; dus schrijf niet meer hierheen na 28 November. Vanaf 1 December is ons adres: chez Mme Nossovitch (dit hoeft er later niet meer bij), 19 rue de l'Yvette, Paris 16e. Het is vlak bij het Bois, in een nogal aardige buurt, zegt Bep; de madame met de Russische naam is een ex-senatorsvrouw, genre russe blanche dans la dèche en erg lief. Wij hebben daar één gemeubelde kamer, nogal ruim, voor 300 frs. in de maand. Nu zoowel Gistoux als de erfenis zóó akelig hangend blijven, kunnen wij niet anders; onze meubels blijven dus in de gardemeuble in Bellevue, tot wij zekerheid hebben. Het is erg vervelend aan één kant, maar het geeft ook een gevoel van rust, of liever, het neemt één gevoel van onrust weg. Het leven op één kamer hebben we hier in dit hotel weer aangeleerd - oefening baart kunst. Toch zou het niet leuk zijn als dit zoo een heele tijd duren moest.

Ik zal T.V. mijn adresverandering schrijven, maar durf hem geen brieven meer zenden met vragen; hij kan er ook niets aan doen en wat per telefoon kan, schijnt per epistel een erg onaangename indruk te maken op deze mentaliteiten. Ik kan misschien ook niet zoo smeuiïg schrijven als ik praat, of T.V. vindt het een verschrikking te moeten schrijven, God weet wat het is. Ik weet alleen dat ik weer totaal niets weet, noch van wat er aan Gistoux gedaan wordt of gedaan moet worden (nu we nog maar uitstel hebben tot 1 Januari), noch van wat de notaris gezegd heeft over het afwikkelen van het Europeesche deel van de erfenis vóór de rest, zooals T.V. heeft voorgesteld en zooals ook de Weeskamer het wil.2988 - Ik durf ook jou niet meer te vragen om T.V. hierover op te bellen; misschien wil je er zelf liever niets meer mee te maken hebben, of misschien vind je het zelf een onaangenaam gevoel T.V. ermee te ‘vervelen’. Ik zal me er dus op instellen om met dichte oogen af te wachten tot mij een bericht overkomt. Mòcht je toevallig T.V. zien of iets van hem hooren, wil je mij dat dan schrijven?

Ik kreeg van Boucher 5 afdrukken van ons 2 bij Diderot. Waar komt dit fraaie conterfeitsel in te staan? In D.G.W. of in een prospectus van al de fraaie uitgaven van Folemprise, zooals er ongetwijfeld een komen gaat? Of bij een aankondiging van je gedichten? Heeft Boucher Omar Khayyam nog uitgegeven?

Wat de titel van je bundel betreft: ik vind La Clef des Champs ook nog het aardigste, maar toch een tikje pueriel, en ik ben sterk tegen een Fransche titel voor zoo'n definitieve bundel van Nederlandsche verzen. Een klein plaketje zou nog gaan. Onze taal moèt een equivalent hebben, of je moet een formule vinden die hetzelfde in onze taal geeft. - Ik ben er anders zeker van dat in je verzen zelf 100 zinnetjes voorkomen, die als titel voortreffelijk zouden zijn. Waarom doe je dat niet? - blader in de verzen, op zoek naar je titel. Anders is Gedichten het beste, en zeker het eerlijkste, na al de vorige drukken.

Heb je een inleiding geschreven, of komt die van Jacques erin? Misschien is van jezelf beter; je schrijft altijd voortreffelijke inleidingen, dat zie ik nu weer in de 100 Dichters. Als je sober 2 blzn. schrijft, heb je niemand noodig. Ben jij nu eigenlijk een figuur in onze dichtwereld om door een ander ‘ingeleid’ te worden? Of is het alleen vanwege de vriendschap?

Menno heeft het erbarmelijk druk. Slau is weer in Holland teruggekeerd. Guilloux is naar Parijs. Anders geen nieuws.

Ik zond een ex. van Dossier Confidentiel naar J.v.N.; hij mag het houden als hij het mooi vindt. Jij mag het ook lezen of hebben, maak dit zelf maar uit; ik heb niets erover geschreven aan J.v.N. - Ik denk dat het jullie allebei erg zal bevallen.

Dit open stukje - àls het open blijft - is voor àls er straks een brief van je is. Anders geef ik hem zóó aan den postlooper mee. Nu, Jan, laat nog even hier in Bretanje van je hooren, en antwoord kort maar precies op mijn 6 vragen.

Met veel liefs, ook voor Atie, van ons beiden,

je E.

2986Kent uw dichters! Het gedicht van Kelk in deze bloemlezing was het uit Spelevaart afkomstige ‘Achtste lied van Pierrot’ (p. 75).
2987Sonnet IX uit de afdeling ‘Pierrot’, Spelevaart, p. 44. I.p.v. in luidt de tekst met en i.p.v. krijschen: schreeuwen.
2988I.v.m. de toewijzing van de helft van de erfenis aan de in Nederlands Indië wonende kinderen van DP's overleden halfbroer.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie