E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bellevue, 20 juni 1933

Bellevue, 20 Juni.

 

Beste Freddy,

Dank voor het uitgebreide schrijven, de vele ‘rechtzettingen’, de verzen, en vooral: het ‘mode d'emploi’ van je nieuwe persoonlijkheid. Je moet niet vergeten dat ik, toen ik nog de schromelijke vergissing beging je voor je oude wezen te verslijten, je nieuwe verzen niet gelezen had. Nu ik weet dat je vrouwen ontmoet hebt die dierlijk dons laten zien als zij haar blouse openen (weet je zeker dat het niet een peignoir was?) en dat je ‘sterren bij je broek hebt gedaan’, zal ik met je nieuwe persoonlijkheid zeer zeker rekening houden. - Maar onder ons en in alle ernst: je moet toch niet te veel van die sterren bij je broek doen, ja?

Je verzen zijn - in alle ernst alweer - een flink stuk vooruitgegaan sinds den tijd van Het Wachtje. Ik heb geen tijd om er je uitgebreid over te schrijven; later eens mondeling. Misschien kom ik eerder in Holland terug dan jij en ik het nu weten.

Gelukkig dat je ‘voorgevoelens’ zooveel tragischer en uitgebreider waren dan je verslag van het gesprek met Do. Ik heb geen oogenblik betwijfeld dat zij die aquarellen in Rijswijk (of elders) mocht houden; ik zette dat alleen erbij om duidelijk te maken over welke aquarellen het ging. Het zou mij dus erg gespeten hebben als je in je ijver die arme Do onaangenaam was gaan toespreken, zij heeft het ook alles behalve prettig soms, dat is duidelijk. Enfin, zooals het tenslotte geloopen is, is het best.

Donker, Pom Nijhoff, Theun de Vries, Van Duinkerken en anderen doen alleen wat van hen verwacht werd. De strijd gaat niet alleen over Coster, vergeet dat niet. En trouwens, ook met deze strijd zal ik, als mijn volgende essaybundel uitkomt, wschl. hebben afgedaan.

Hartelijke groeten, ook aan Rudie, van je

EduP.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie