E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bellevue, 15 juni 1933

Bellevue, 15 Juni.

 

Beste Freddy,

Tegenonderzoek en Uren met Coster - nog 2 boeken waarvan ik, nu al, het gevoel heb dat ze totaal voorbij zijn (voor mij althans), al verloochen ik ze daarom allerminst. Maar ik kan er geen bladzij van herlezen; het is net of het tot een andere planeet is gaan behooren, waar ik vroeger leefde.

Ik wou Do het volgende zeggen: noch van Paul Beynon, noch van Gé van Bovene2770 kreeg ik een letter antwoord, na den dood van mijn moeder. Mijn vrouw heeft Paul geschreven, ikzelf vroeg Gé of hij mij kon helpen, althans naar iets uitzien voor mij, desnoods in Indië. Ik wil wel aannemen dat hij dat niet gauw vindt in dezen tijd, maar ik had gedacht dat hij (gegeven de omstandigheden) althans zou antwoorden. Ik vraag mij nu af of er misschien iets is. Indertijd heeft hij mij naar Brussel, zonder mij voorafgaand mijn opinie erover te vragen, een heele partij aquarellen, etc. van Suzon gestuurd, die ik moest zien te verkoopen. Maar de prijzen waren belachelijk hoog, zeker voor België, en in een tijd waarin men daar voor een prikje schilderijen kon krijgen van menschen als Grosz, Otto Dix, Kokoschka, en even ‘beroemde’ Belgen. Gesteld dus dat het werk van Suzon artistiek daarmee op één lijn stond, dan nog geldt de mentaliteit van de menschen die in de eerste plaats een naam koopen. Hoe het zij, ik heb een paar schilderijen verkoopers opgezocht en zeer gedecideerd nul op mijn rekest gekregen. Ik schreef Gé over die hooge prijzen, maar hij vond dat die zoo moesten blijven; het gevolg was dat het werk van Suzon maanden lang in het appartement van mijn moeder in Brussel heeft gehangen, tot ik het tenslotte aan Do terugzond. (Een deel ervan zag ik nog in Wassenaar.) Kan dit de reden zijn? Het zou beneden alles zijn, maar soit. Ik had wel graag zekerheid, ook met het oog op een mogelijke ontmoeting als ik naar Indië terug ga (wat nog steeds niet uitgesloten is). Ik heb geen tijd en geen lust om dit alles aan Do te schrijven; als jij haar eens ziet of opzoekt, misschien kan jij het met haar bespreken.

Met de erfenis is alles nog geheel bij het oude, en ik verwacht er niets meer van. Gistoux blijft ook onverkoopbaar, of tegen totaal onaannemelijke prijzen.

Hier is een portret van Couperus2771 (à la Wilde) dat ik alleraardigst vind. Zou je mij misschien een betere afdruk ervan kunnen bezorgen? Je zou mij daar een groot plezier mee doen. Mevrouw Couperus of de heer Van Booven kan je allicht zeggen waar het ding misschien beter gereproduceerd is geweest; dit is uit de catalogus van de W.B.

Hartelijke groeten, ook aan Rudy, van je

EdP.

 

Er zijn vele portretten van Couperus met een hoed, ik ken er, behalve deze, nog wel drie andere. Maar deze is voor mijn gevoel de eenige ‘gelukte’.

2770P.A. Beynon was een jeugdvriend van DP; zijn zuster Suzon, die schilderde, was gehuwd met Gé van Bovene, journalist bij De Preangerbode, die te Bandoeng verscheen.
2771Afgedrukt in Louis Couperus (Schrijversprentenboek 9). Amsterdam 1963, p. 25.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie