E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Bellevue, 5 december 1932

Bellevue, Maandag.

 

Beste Simon,

Het is lang geleden dat ik je het laatste schreef - of liever, jij mij. Sindsdien ben ik zelfs nog in Brussel geweest, waar ik iedereen ziek en in bed vond, mijn moeder en Simone, ieder afzonderlijk. Simone heeft mijn moeder zoo goed geholpen met verhuizen en is door haar hevig in de spullen gezet - allerlei dingen van Gistoux staan nu bij haar. Maar zij is natuurlijk onbevredigd en alleen, en tegenover mij nòg meer uit haar doen. Zoo gaat het natuurlijk altijd; zij blijft van mij verwachten dat ik, op de een of andere manier althans, tot haar ‘terugkeer’; de laatste ontmoeting was erg pijnlijk, met verwijten dat ik haar als ‘une loque’ behandelde, als ‘la plus sâle des femmes’, enz., en één gesnik en gehuil. We hebben weer eens besloten elkaar maar niet meer te zien; maar hoe het dan moet gaan met de opvoeding van Gille begrijp ik niet goed meer.

Hier is het, materieel gesproken, ook verre van rooskleurig. - Wij komen duidelijk te kort (om althans ‘behoorlijk’ rond te komen) en wat ik dacht met artikelen te kunnen bijverdienen is een beetje een illuzie. Ik had bijna het correspondentschap voor Parijs gekregen van Het Vaderland, maar het lukte me gewoonweg niet, ik kòn die leuterpraat niet op papier krijgen! Treurig, als je zoo'n ‘artistieke’ hindernis bij jezelf constateeren moet. Ik vertaal nu een verhaal, en kreeg ook een paar artikelen de deur uit, maar het kost me alles veel tijd en wat je ervoor ‘maakt’, blijft miniem. Ik weet werkelijk niet wat er gebeuren moet, als de geldnood ernstig wordt: De meubels van Gistoux zijn nu alle verkocht, en mijn moeder wil probeeren Gistoux zelf nog eens te verkoopen op publieke vendutie, maar ditmaal in Brussel (niet in Wavre.) Als het kan, nog vóór volgend jaar.

Deze kant wil ik bestemmen voor andere dingen. Hoe gaat het je nu? Ben je door de depressie heen? Menno schreef me2452 dat je van alles en nog wat had ingestuurd, o.a. een essay over Valéry.2453 Ik ben erg benieuwd naar dat alles. Ik stuur je gelijk hiermee een nummer van De Gemeenschap, dat je naar Menno terug moet sturen; het is van hem, maar er staat een stuk in over jou door dien papen-voorvechter Anton van Duinkerken,2454 daarom stuur ik het eerst naar jou. Forum heeft je toch ook wel serieus besmet, zooals je uit dit stuk gewaar wordt. En Hendrik de Vries zond rijmen in op Uren met Dirk Coster, waarin wij allemaal, ook Coster, worden verneukt, maar op rijm, en zeer ‘boeiend om te lezen’. Ook daarin kom je voor, in een regel die luidt:

‘Banblikseme als Ter Braak, en dichte als Vestdijk’

en je naam rijmt op ‘pest-lijk’, maar dat slaat meer op mij. Ik heb een paar rijmende regels aan het geheel toegevoegd (speciaal door De Vries voor mij opengelaten); en in Januari kan je de heeleboel genieten in Forum. In ieder geval zijn de Uren niet onopgemerkt voorbijgegaan! Ze komen nu uit, betaald door het ‘concern’ van Menno, maar geadministreerd door Van Kampen.

Boucher is een erge beginneling, met erg weinig geld. Veel goede wil, maar voorloopig gebeurt daar niets. Hij neemt Greshoff's volledige verzen - voor andere poëzie zal hij dus wel eenige jaren bedenktijd vragen.

Ik heb te veel, en niets meer, te vertellen. Schrijf me vooral hoe 't met je gaat. Kom je niet eens hierheen?

Hartelijke groeten, ook van Bep;

je E.

2452Bw TB-DP 1, p. 372.
2453‘Valéry en het duistere vers’. In: Forum 2 (1933) 11 (november), p. 761-779.
2454In De gemeenschap 8 (1932) 10/11 (okt/nov) besprak Anton van Duinkerken Vestdijks bundel Verzen onder de titel ‘Triomf der puberteit’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie