E. du Perron
aan
C. van Wessem

Bellevue, 6 oktober 1932

Bellevue, Donderdag.

 

Beste Constant,

Dank voor Chasalle.2346 Mijn adres is voortaan: 24, rue du 11 Nov. 1918, Bellevue (S. et O.) - maar brieven schrijf ik niet meer, deels uit economie, deels omdat ik mij serieus opmaak om veel te werken. Wat er van Godius terecht zal komen, weet ik nog steeds niet; misschien wordt hij geheel omgewerkt, misschien kortweg opgeheven (d.w.z. in iets geheel anders verwerkt - ik denk wel dat het dit laatste worden zal.) In ieder geval kan ik, als het er nog van komt, je hem niet voor 2 jaar afstaan, zonder er zelf iets mee te mogen doen. - Chasalle ziet er zoo alleraardigst uit, maar zijn portret voorin werd wel erg door je afgeraffeld en het stukje over Jean l'Oiseleur vind ik geen aanwinst; wel daarentegen de negerliedjes, die ik niet kende. Alles bij elkaar een aardig boekje, beter, veel beter, geloof ik, dan in zijn vorige gedaanten. Je Daendels las ik nog steeds niet; Bouws vroeg het destijds aan voor Forum en kreeg het niet - zooiets alleen is, van uitgeversstandpunt beschouwd, van een poverheid beyond words.

Wel zag ik het op een ‘bizondere’ wijze gesignaleerd in Links richten!2347 Nu, veel succes met verdere werken en hartelijke groeten van je

E.

2346Het DVB-cahier De fantasie-stukken van Frederik Chasalle.
2347In Links richten 1 (1932) 1 (september), p. 3-7, verscheen ‘De nieuwe koers’ van Jef Last n.a.v. de bekroning van Van Schendels roman Het fregatschip Johanna Maria. Hierin noemde Last Slauerhoffs Jan Pietersz. Coen en Van Wessems De ijzeren maarschalk als navolgingen van Van Schendels boek.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie