E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Gistoux, 16 juli 1932

Gistoux, Zaterdagavond.

 

Beste Simon,

Je tweede brief kwam vanmiddag. Dank voor de moeite die je je getroost hebt om me zoo uitvoerig van je inzicht te laten profiteeren, maar - al heb je in vrijwel alles gelijk, geloof ik, wat de details betreft - in de groote, simpele lijnen zie ik het nu anders dan jij: ik begin n.l. te gelooven dat Simone véél eenvoudiger, veel ‘gewonervrouwelijk’ is dan jij vermeent, en dat haar reacties tegen mijn moeder meer een gevolg zijn van het onuitgesproken gevoel tegen Bep (d.w.z. tegen de vrouw die haar bij mij ‘vervangen’ heeft, volgens haar inzicht) dan andersom. - Het kan me ook niet zóóveel schelen; ik heb altijd medelijden met Simone gehad, maar ook altijd met het besef dat ze af en toe een frisch pak op haar billen noodig had, inplaats van diepe beschouwingen. Toen je zei dat praten met haar mijn brief (mijn 2e naar Holland, die ik vanmorgen schreef en die je misschien nagezonden wordt) niets aan; ik schreef hem vnl. om je op de hoogte te houden van alles. Mijn raad blijft deze: druk S. op het hart dat je komt voor haar en dat je verschoond wenscht te blijven van al die zure verhalen. Anders stik je er binnenkort in. Als Simone n.l. een ‘kampioen’, of desnoods niet een ‘kampioen’, maar een ‘medevoeler’ naast zich weet (of waant), is die ongelukkige niet... gelukkig. - Waarom zij jou bv. invectieven over mij schreef, naar aanleiding van die meubels, ontgaat me totaal; zij heeft alles gekregen wat ze maar wou, mijn moeder heeft het vervoer, de installatie en alles betaald. Dat ze af en toe zich een klein beetje moeite moest geven, als bv. om die camion te zoeken, is niet meer dan billijk, en dat niet alleen, maar is verdomd gezond voor haar; ze is het werkelijk wat lui gewend, en dat is eerst met recht ‘des duivels oorkussen’ voor iemand met zóó weinig geestelijke ressources!

Wat Greshoff, Bouws en de anderen afroddelen, is mij ook om het even. Ik hoop één ding nu: dat je een prettige tijd in Brussel hebt met een minimum van familieverhalen en jeremiades. Op mijn brief van vanmorgen (die ze je misschien toonen zal; maar als je brieven van mij aan S. leest, vergeet dan nooit dat ik haar absoluut moet schrijven in de vulgariseerend-herkauwende stijl waarmee men kinderen placht te onderwijzen!) kreeg ik geen antwoord; wel kreeg Vera (die Gille vanmorgen bracht) de boodschap mee dat hij Maandag vòòr 12 uur weer moest worden gehaald. Dat is dus omdat jij komt. Ze had toch heusch beter gedaan met Gille dan nog wat hier te laten! want deze ‘nukken’ van haar begrijpt mijn moeder nu natuurlijk niet. Daar is de heele dramatische scène van het afscheid hier vanmorgen nu voor noodig geweest - en bovendien is het een streep door mijn plannen om Maandag met de auto naar Namen te gaan (en vandààr per trein naar de Ardennen), ik moet nu naar Brussel, om de auto niet heen en weer te laten gaan, en een uur langer treinen. - Het zijn van die stomme eigenzinnigheden van Simone waar ik nooit goed tegen kon en die in al hun onhandigheid altijd verdomd onaangenaam zijn voor anderen (voor mijn moeder bijv.); zij behoort heusch tot die onhandige menschen die je telkens een meubel op je voeten keilen. Enfin, ik ben zeer blij dat de zaak vooreerst weer ‘geregeld’ is en ik hoop Simone nu in een behoorlijke tijd niet te zien.

Mijn moeder zal ik nu maar van je komst en van de verhouding op de hoogte stellen, anders weet ik niet wat ik van die boodschap van Simone zeggen moet. Als je nu weggaat, wil jij dan aan mijn moeder schrijven wanneer Gille weer teruggebracht moet worden - want S. zal daar ook wel te beroerd voor zijn. Ik zend je mijn adres uit de Ardennen, zoodra ik er een heb. Nogmaals, trek je van deze brieven niets aan, beschouw ze als ‘zakelijke’ regelingen en antwoord er ook maar niet op, als je me weer schrijft, of alleen het hoognoodige, anders verzuipt onze heele vriendschap hierin! Amuseer je. Een hand van je

E.

 

P.S. - Ik heb bij S. een litho voor je gelaten van Vertès met een kwatrijntje in ms. van Pia; het is een bordeelscène, zooals ook Menno er een heeft, en verder Bouws, Mars- en Engelman. Ik hoop dat je het aardig vindt.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie