E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Lugano2141, 30 mei 1932

Lugano, Maandag.

 

Beste Simon,

Ofschoon je nu wschl. in Gistoux zit,2142 schrijf ik, zooals je vroeg, naar Den Haag. Mocht je in G. zijn, als je dit ontvangt, schrijf me dan alsjeblieft hoe de toestand daar volgens jou is. Ik telegrafeer straks naar mijn moeder, die mij volmaakt zonder berichten heeft gelaten, ofschoon nu van hier 2 briefkaarten en 2 brieven naar haar toe zijn. Ik maak me nog niet bepaald ongerust over haar toestand, maar ik kan je niet zeggen hoezeer zooiets mij hindert. Ik voel er toch altijd iets in van een ‘manifestatie’, iets van: ik zal je nu laten zien hoe goed ik begrijp dat ik niets meer in je leven ben, etc. En niets is minder waar.

Ditzelfde geldt voor Simone. Het is voor mij een moeilijk geval; gegeven haar mentaliteit, die voor mijzelf dikwijls nog een puzzle is, weet ik gewoon niet of ik goed doe, of juist niet, met haar van hieruit te schrijven. Ik zou haar niet graag pijn doen, juist wanneer ik denk dat ik het tegengestelde bereik; praat jij eens met haar erover en schrijf me wat ik doen moet. Over jou en haar hoef je me niet te schrijven, als dat je onaangenaam is; ik ken nu je scrupules, maar neem één ding van me aan: dat je tegenover mij volkomen vrij bent èn dat ik het grootste vertrouwen in je heb. - Schrijf me daarentegen wèl wat je indrukken zijn van den toestand thuis, ook wat betreft de verhouding tusschen mijn moeder, Gille en Simone.

Ik hoop verder dat het verblijf daar in alle opzichten prettig - of althans boeiend - voor je is, en dat je werkt. Je kwatrijn op de Salvatore, de 2 regens, de roos en het perron2143 is uitstekend. Ik werk hier nog niet, maar het kòmt wel. Ik las St. Mawr van Lawrence, een boek waarin de held Mellors door een hengst vervangen wordt; met het gevolg dat de vrouw à la Connie niet (à la Pasiphaë) bevredigd wordt, maar zich in eenzaamheid terugtrekt, wat uiterst droevig is. Het boek is bovendien vrij dom geschreven, vol gesprekken à la Heimburg2144 of wie je maar wil, plus natuurlijk de hysterische preoccupatie about sex. Daarna las ik met Bep, om me in het Duitsch te oefenen, Weininger,2145 wat niet minder een teleurstelling werd. Ken je diè idioot? (die nog wel voor een genie doorgaat...) Dan probeerde ik Sons and Lopers, maar dat werd me te machtig; dat gekibbel en gedoe in die mijnwerkersfamilie was me tè taai, na al wat ik al eerder te slikken kreeg. Ik ga nu Barnabooth herlezen, tot verademing.

Wat je over de F.M. en Les Caves2146 zegt, ben ik grootendeels met je eens; ik houd ook meer van het laatste, al is het eerste toch wel ‘belangrijker’. Maar ik stoot me minder aan die pederasterij dan jij; ik heb een gevoel dat het mij heelemaal niet aangaat, dus blijven het talent en de intelligentie van Gide mij lief, ondanks dit deel van het gegeven. Ik moet de F.M. trouwens nog eens overlezen; de Caves herinner ik mij veel beter, ofschoon ik het veel eerder las. - Ik had nog lust om een stuk over St. Mawr te schrijven, en over het idéefixe dat een groot schrijver soms belachelijk maken kan, maar bah, mijn vacantie is mij liever, op het oogenblik.

We blijven hier nu zeker tot ± 20 Juni. Daarna dachten we een week in Gistoux te logeeren, als dat tenminste kan met Simone. Zij zou dan zoolang naar haar moeder moeten of naar Brussel bv., in het pension Herman; - als zij het beroerd vindt (informeer daar eens naar) zou noch Bep, noch ik het prettig vinden om erop aan te dringen. Mijn moeder zou het wschl. heel prettig vinden, maar het moet op een natuurlijke manier kunnen gebeuren, niet geforceerd of ten koste van Simone. Ik schreef er gisteren over aan mijn moeder, maar meer dan een plan is het nu nog niet.

De laatste dagen hadden we hier erg veel regen; nu wordt het weer wat beter en ligt Bep weer een zonnebad te nemen op ons balkonnetje. Ik voelde me niet best: moe in het hoofd en 's avonds gedeprimeerd (het zwijgen van mijn moeder en het zonder eenig bericht zijn over Gistoux heeft hier ook schuld aan). Overigens voelen we ons gelukkig en ‘vacantievol’ - met uitzondering van de rekensommetjes die Bep moet maken om te voorkomen dat wij pecuniair vastloopen, en van dat soort strafwerk qua lectuur, dat we achter ons hebben, want Bep las onder hoofdschudden en gezucht een rotboek van zekeren meneer Daniel-Rops, genaamd Le Monde sans Ame, waarin onze huidige ‘onrust’ zonder een grein genialiteit werd uitgestald (dit laatste om een paar pegels te verdienen aan de N.R.C.).2147

Van Menno kregen we een nogal kort, maar opgewekt schrijven2148; verder een aardige brief van Greshoff, die je, als je in België zit, nu toch zeker wel zult zien. Ik ` erg aan om een ontmoeting te arrangeeren met ons aller geliefden vriend Jan van Nijlen, die je zeker bevallen zal. En vraag hem dan (J.v.N.), of hij nu gauw wat verzen zendt voor Forum, zooals hij mij beloofde. Hierheen, als hij het liever niet direct naar Bouws doet.

Ik wou dat ik je wat aardigers vertellen kon, maar die verleidingsscène schreef ik nu reeds aan Menno,2149 en 2 × gaat me slecht af. Vraag hèm dus bij gelegenheid daarom, als het je nog interesseert. Een volgende keer, als mijn vervelende stemming ten opzichte van Gistoux geweken zal zijn, schrijf ik wel eens gezelliger. Nu moet je dit maar voor lief nemen. Bep zal op den achterkant van dit papier, vanuit haar zonnebadsfeer nog wat inkt laten vloeien, ik druk je hier nu maar de hand. Nogmaals: ik hoop van harte dat je het prettig hebt in Gistoux, en ook dat het weer mèt je is. Groeten aan Simone.

Je E.

 

Beste Simon,

Hartelijk dank voor het Salvatore-kwatrijn (ik noem hem Savonarola, die berg). Ik had jou mijnerzijds het lesbische nummer van Le Rire toegedacht dat Eddy aan Menno zond (voor het gemak van maar één pakje), als tegenprestatie voor de sodomische brief die je ons schreef. Ook wilden wij graag de psychiatrische naam van je weten voor het paardencomplex waardoor de heldin van St Mawr (vraag het aan Menno te leen) bezeten wordt, en dat de goede D.H. overigens als volkomen normaal, clean and healthy beschouwt. O ja, je vraagt nog of de trouwerij leuk was? Reuze-leuk.

Hartelijke groeten,

Bep.

 

Ik maak dit weer open: daarnet komt een briefje van mijn moeder, heel kort; ze is erg moe, zegt ze. Je bent nu daar, dus gaat dit nr. G.

2141Briefhoofd: Hotel Du Midi, Lugano-Cassarate met voorgedrukte plaatsnaam.
2142In het voorjaar en de zomer van 1932 verbleef Vestdijk regelmatig op Gistoux, om er te werken, en vanwege zijn relatie met DP's eerste vrouw Simone Sechez.
2143Niet door Vestdijk gepubliceerd.
2144Niet geïdentificeerd.
2145Otto Weininger, Geschlecht und Charakter (1903).
2146Gide's romans Les faux-monnayeurs en Les caves du Vatican.
2147In de NRC van 18 juni 1932 (av.) besproken door Elisabeth de Roos.
2148Bw TB-DP 1, p. 208-209.
2149Zie Bw TB-DP 1, p. 210-211.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie