E. du Perron
aan
G. Burssens

Den Haag, 17 oktober 1931

Den Haag, 17 Oktober '31.

 

Van Imhoffstraat 16.

Beste Burssens,

Maak je niet ongerust over mijn ‘Hollander’ worden; voor zover ik het niet bèn, zal ik er ook wel niet in gaan veranderen, al zit ik in dit land. Maar het is beter om de omstandigheden te beheersen (voor zover dat gaat) dan om er wrokkend dupe van te zijn; we moeten langzaam maar zeker het publiek overtuigen en dwingen te zien dat wij er zijn. Het is dus dwaas dat je, om een antipatie tegen Roelants - die toch werkelik de kwaadste niet is - niet aan een blad zou meewerken, waar ik toch ook nog in de redaktie zit?* Je kunt je bijdragen aan mij sturen, of direkt aan het sekretariaat. Bepaalde uitnodigingen schijnen, na nadere bespreking, niet te worden gedaan: expres om mensen niet op de tenen te trappen die officieel uitgenodigd hadden moeten worden! Laat ons dus zeggen dat ik jou hierbij (of in de vorige brief zelfs) uitnodig om, als je wat hebt, mij dit te zenden. Eenvoudiger kan het toch niet?

Ga je je ruïneren met die uitgaven? Je hebt er geen idee van hoè beroerd zulke privé-uitgaven verspreid worden niet alleen, maar door de boekhandel ontvangen worden; het gaat je geld kosten en veel moeite, om geen of zo goed als geen resultaten te bereiken. Kleine dichtbundels van jezelf kosten misschien zoveel niet, maar ook dan: waarom probeer je niet ze uitgegeven te krijgen door een bestaand uitgever? - Nijgh en Van Ditmar is een van de grootste uit-gevers van Holland en beschikt over allerlei middelen van reklame; onze bedoeling was om romans en andere grotere boeken, die in Forum gestaan hebben, in een aparte reeks bij deze firma te laten verschijnen, en deze reeks zal uitsluitend werk brengen van de z.g. ‘jongeren’. Als De Bock nu toch De Stronk niet uitgeeft, en het verzamelde verhalend proza, zoals hij beloofd had, en als jij er nu toch een apart boekje van zou moeten maken, is het dan niet èn voor jou - financieel - èn voor P.v.O. - uit een oogpunt van ‘bekendheid’ of ‘publieke verspreiding’, zoals je 't noemen wilt - oneindig beter dit boekje eerst in Forum te laten verschijnen, en later (met een aardige tekening van Jespers bijv. als frontispiece) in de Forum-reeks? Ik schrijf er, als je wilt, dan een inleiding voor, en heb dan het idee dat ik als exécuteur-testamentair ook nog het nodige heb gedaan.* De 3 eerste nrs. van de reeks zijn zowat vastgesteld: de roman Het Verboden Rijk van Slauerhoff (die zeer goed is); een essay van Ter Braak tegen het estetisme in de kunst: Démasqué der Schoonheid; een grote aanval, over de hele lijn, en gedokumenteerd, van mij tegen Coster, waarop iedereen hier, nu al, met spanning wacht: Uren met Dirk Coster, en De Bende van de Stronk dus, als je de kopy zendt. Ik geloof niet dat je je in een gelegenheid als deze door bedenkingen als ‘bourgeois’ of ‘on-bourgeois’ moet laten beïnvloeden; het gaat er veel meer om ‘te winnen of te verliezen’, en ik zou het in jouw plaats moeilik tegenover de nagedachtenis van P.v.O. kunnen verantwoorden, als ik zijn werk in een privé-uitgeverijtje (al was het dan van mijzelf!) onderbracht, terwijl ik eindelik kans kreeg op een eerste-klas-doeltreffende verspreiding in Vlaanderen èn Holland.

Laat mij in ieder geval hierover dus nog horen.

Met hartelike groeten, je

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

EdP.

 

P.S. Zijn er niet enige interessante brieven of kritiese inedita van P.v.O. voor het 2e nr. van Forum? Heb je zelf geen proza? - Hoe meer ik erover nadenk, hoe vreemder ik het idee vind dat je, om een antipatie tegen Roelants, niet met mij zou samenwerken! Beste Burssens, schud deze ietwat surrealistiese houding gezwind van je af, en bedenk dat wij beiden, niet alleen uitgekozen werden om het werk van P.v.O. te ‘bezorgen’, maar ook zo wat zijn 2 enige ‘literaire’ vrienden waren. En in slecht gezelschap breng ik je toch zeker niet, al is de naam Forum (die ik zelf verre van mooi vind) een beetje glad en mat.

Een andere vraag is: aan wie moet het geld voor een event, uitgave en druk in het tijdschrift (wij betalen fl.3.- per bladzij) worden uitgekeerd? Toch niet aan Papa v.O., die zo'n gierigaard is, volgens jou? Aan de schoonzuster van Paul, vrouw van Constant?

*Of ben ik, voor jouw gevoel, direkt door Roelants ‘tot nul gereduceerd’?
*Of neen, die inleiding is volmaakt overbodig!
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie