E. du Perron
aan
G. Burssens

Brussel, 20 maart 1929

Brux. 20.3.29

 

Beste Burssens,

Dank voor de keuze uit P.v.O. (brief 1) en de rest (brief 2). Alles is naar Roelants. Tant pis voor de aanhaling uit Herreman, ik heb de noot toch maar gesupprimeerd. De uitdrukking waar je het over had, is, tot mijn spijt: ‘Een hart onder de riem’ en niet: ‘Een riem onder het hart’. Ik weet wel dat men dikwels het laatste zegt, maar het is foutief. Zie Van Dale, bij riem.

Iets anders. Zou je me nog eens een dienst willen bewijzen en bij Paul's boeken voor mij ophalen: Le Reflux van R.L. Stevenson. Ik zond het hem naar Miavoye, misschien ligt het nog in Antwerpen. Het is een gewoon formaat, groen omslag. Neem me niet kwalik dat ik je telkens weer met deze werkjes verveel, maar het boek is niet meer te krijgen en zeker niet hier (het wordt ook weinig gezocht) en ik ben overigens geheel tot wederdienst bereid.

Vergeet niet mij een afschrift (liefst getijpt) te zenden van de onuitgegeven groteske gedichten. Waarom publiceer je ze niet in Vl. Arbeid? Of elders?

Het gedicht in Erts heet: Souvenir563. Wanneer ongeveer werd het geschreven? In de láátste periode?

Ja, ik heb Prampolini het ex. van Enzovoort gezonden. Zo kan hij de beide boekjes tegelijk bespreken in de Fiera.

Van de Woestijne........????

Tot nader en steeds je

EdP.

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

563Gedicht van Van Ostaijen, gepubliceerd in Erts 1929, p. 13.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie