E. du Perron
aan
G. Burssens

Brussel, 15 februari 1929

Brux. 15.2.29.

 

Beste Burssens,

Deze pestilentie die met graden onder nul wordt nagemeten houdt mij voortdurend gevangen en belet mij zelfs de tentoonstelling van Ensor522 te zien. Kom niet vóór het wat christeliker weer is.

Wil mij omgaand op een kaartje antwoorden op deze enquête (die ik vandaag open): ‘Wat hebben mijn Cahiers v/e Lezer met Journalistiek te maken?’523 Je hebt nog niet alles, maar nr. 4 geeft je misschien toch wel een idee, of genoeg idee om op deze vraag te antwoorden.

Muls zond mij een ex. van Vl. Arbeid (na speciaal verzoek). Het is toch treurig zoals die Brunclair bijv. iedere keer P.v.O. kopieert!524 Voélt de kerel het zelf niet? Daar is nu ook nog een meneer Rutten. Als het zo doorgaat zou je over een jaar of tien kapelmeester kunnen spelen over een vol orkest kleine P.v.O's. Jij wenst v. Ost. lyriek, maar die heren hebben het v. Ost. recept! (Gare!)

Tot ziens en steeds je

EdP.

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

522In het Palais des Beaux-Arts, Brussel, 19 januari-19 februari.
523Herreman, die de Cahiers besprak, vond ze vol journalistiek. DP protesteerde hiertegen (zie Vw 2 p. 145-151).
524DP doelt op het gedicht ‘Berglied’ in Vlaamsche arbeid 24 (1929), p. 161.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie