E. du Perron
aan
G. Burssens

Brussel, 3 april 1928

Dinsdag.

 

Beste Burssens,

Vergeet niet, als je morgen komt, zoveel mogelik kopie van Paul mee te nemen voor Avontuur 3. Ik ga Zaterdag a.s. naar Gistoux en zou de drukker liefst reeds wat geven. Ik heb erover gedacht om - als er niet genoeg inédits mochten zijn, die 48 blzn. te vullen met overzichtelik werk: b.v. een gedicht uit Music-Hall, twee gedichten uit Sienjaal en verschillende verspreide gedichten. Een kompleet v. Ostaijen-nr. moèt het toch worden. Hoe is dat verhaal dat in die grijze portefeuille zat? het kortere bedoel ik (niet de Bende v/d Tronk). Breng dat in ieder geval hier; we zetten het dan voorop, met een jaartal.334

Gegeven dat je voor de bundel van De Sikkel toch een meer kritiese - of altans explikerende - inleiding zult moeten schrijven, kon je voor Av.3. misschien een soort prozagedicht geven. Of beter nog: een gedicht op Paul, als je je daartoe geïnspireerd voelt. Ik schrijf dan nog wel een noot van een regel of vijf.

Steeds hartelik je

EduP.

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

334Het derde nummer van Avontuur was voor twee-derde gevuld met werk van Paul van Ostaijen. Na de gedichten ‘De Moordenaars’ en ‘Maskers’ kwam het verhaal ‘Tussen vuur en water’, dat gedateerd was op 6-9 October 1919.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie