E. du Perron
aan
P. van Ostaijen

Brussel, 29 november 1927

II

B.v.O. - Ik zend je Dinger's gedichten maar tegelijkertijd, in een andere enveloppe. Voor de port komt het op hetzelfde neer. Stuur ze me terug maar de brief mag je verscheuren. (Ik hèb erop geantwoord, ik schrijf vlijtig, want ik ga niet uit, met deze vervloekte kou.) - Ik vergat je in het andere briefje te zeggen dat ik er tegen ben nu reeds zijn boutade tegen NU242 te plaatsen. Laat ons in nr. 1 voor onszelf spreken en tegen niemand. Komen de Nu-mensen ongezocht tegen ons los dan kunnen we het hekeldichtje van Dinger plaatsen, met misschien nog wat erbij. Merkje: Dinger heeft op rijm leren schelden van Kloos (die het zelf ook altijd vrij zieligjes gedaan heeft).* Hij had beter gedaan van Tailhade de kunst af te kijken. Als de versvorm er alleen maar is om de woorden een zekere klem bij te zetten, laat het dan tenminste vlot gaan!

Je EdP.

P.S. Schrijf jij Burssens maar om hem uit te nodigen. Je hebt daartoe minstens evenveel ‘recht’ als ik!

242Nu. Algemeen maandblad werd opgericht in oktober 1927 en stond onder redaktie van Is. Querido en A.M. de Jong. Het eerste nummer veroorzaakte nogal wat opschudding en lokte veel reacties uit van de groep rondom De vrije bladen.
*Ken je dit heerlike gestotter (tegen J.-K. Huysmans):
 
... uws kops
 
Afslaan niet waard zijnd, waard zijnd wel des strops
 
Bloedstremming onafwendbaar...
Daar is dit gedichtje van Dinger een vlindertje bij.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie