Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 13 maart 1935

Den Haag, 13 Maart '35

 

Beste Eddy

De zaak Slauerhoff schijnt een groteske te moeten worden. Van Slauerhoff kreeg ik n.l. een ‘antwoord’ op mijn verbreking van relaties, dat nog eens met dezelfde misverstanden aankomt. Dat ik niets meer met hem te maken wil hebben, als hij zich niet anders gedraagt, schijnt hij niet eens te begrijpen. Hij denkt zeker, dat ik me elken dag brouilleer; maar ik wil hem dan nog wel vertellen, dat ik brouille intens belachelijk vind en na de quaestie met Binnendijk niet zooiets belachelijks als dit heb meegemaakt. Dat ik het opgeef met iemand om te gaan, die mij vervolgt met zijn chantagepraktijken en dat in hopelooze naïveteit, vermoed ik, is meer machteloosheid dan boosheid. Ik heb mijn best gedaan om naar twee kanten openhartig te zijn, en deze brief komt weer aan met de bewering, dat wij Slauerhoff ‘vlijtig gedesavoueerd’ hebben! Tegen die logica heb ik geen ander middel dan zwijgen. Ik heb er natuurlijk ook op zichzelf niets op tegen, in de krant te zetten, dat hij zich retireert uit de Forumgroep, maar ik doe het niet onder pressie van een brief waarin hij, z.g. voor de redactie bestemde, maar in wezen alleen voor Vic bedoelde losse brokken uit brieven en gesprekken van anderen inlascht om de pesterij voort te zetten.

Aan tijd schijnt Z. Ed. overigens geen gebrek te hebben. Ik wel; een reden te meer om niet meer op zijn brief in te gaan.

Willink is er nu wel voorgoed uit, en een opvolger is er nog niet. Resultaat: ik schrijf elke dag een stuk, gewoon afschuwelijk. Moge de nieuwe man met den montageblik schielijk arriveeren!

Ik heb je, meen ik, nog niet verteld, dat ik Anthonie Donker beet heb gehad. Hij publiceerde n.l. in het Cr. Bull. van Februari een ‘inviet’ aan de lezers om hun oordeel te zeggen over Politicus zonder Partij en De Smalle Mens. Ik heb nu een stuk in zijn ethischen stijl geschreven onder pseudoniem Thea Poortman, litt. cand., en dat ingezonden. Vandaag staat het afgedrukt! (Ant had er een aandoenlijk briefje bijgeschreven). Ik zal hem dus nu in Forum zachtjes ‘nemen’. Hierbij de doorslag van het ingezonden manuscript, graag spoedig terug. [Otten was er al ingeloopen. Hij zei mij n.l., dat die juffrouw Poortman zulk een uitstekende karakteristiek van mijn gebreken had gegeven, en dat hij verschillende menschen al had aangeraden, dat stukje eens te lezen!]

Verder corrigeer ik proeven van Het Tweede Gezicht en De Pantserkrant, ‘Cor’ zal ik toch maar afzeggen; ik heb toch weinig lust met hem op eenigerlei wijze nauwere banden (bandjes) aan te halen, en naast hem repetities bij te wonen.

Spoedig eens meer en beter. Nu maar een hart. hand van

je

Menno.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie