E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [16 juni 1934]

Parijs, Zaterdag.

 

Beste Menno,

Het knipsel van Donker ontvangen. Het is precies wat je schrijft. Wat viel er anders te verwachten?

Als je Het Roodboek nog niet hebt verstuurd, bestel het dan af, want ik krijg het nu èn van Last èn van Gans. Bij Mayer kan je het gerust afbestellen, omdat ik toch weer een groote bestelling bij hem gedaan heb.

Ik begrijp er niets van waarom het teruggevraagde blaadje (1½ blaadje!) ms. niet komt. Ik had het al 2 dagen kunnen hebben. Er is ook geen brief van je. Enfin...

Gans is verrukt over je en schijnt half en half bereid om je leerling te worden in de partijlooze politiek. Kan je hem niet iets voor Forum laten schrijven? Hij zit erg krap en is nu door de partijvasten uitgestooten.

Ik wacht nu maar weer geduldig.

Je

E.

 

P.S. Het is allemachtig aardig dat Carnera, waarover ik in mijn panopt. schreef, zóó ongenadig afgerost is door Max Baer, een Californische Jood. Hij had vooraf een prachtig telegram gestuurd aan den Duce! Ik maak hierover nu een vervolgpanopticum van 1 blzij. - om achter het andere te zetten. En tot besluit het briefje van het jongetje! Je hebt het artikel morgen.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie