E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Gistoux, [15 juli 1932]

Gistoux, Vrijdag

 

Beste Menno,

Gisteren schreef ik met hevige hoofdpijn en in groote haast (ik moest naar Brussel en wou het stuk nog op tijd bij je hebben in Rotterdam) dat stuk tegen de Mij. Nu bedenk ik, dat het slotstukje er misschien als droog zand bij hangt, eenvoudig omdat ik niet duidelijk heb aangegeven wat ik bedoel met het geklieder over ‘geestelijke hiërarchie’ -n.l. het gezwam van Jacques, die ons van wanbegrip beticht en van 2e rangs-figuren-cultus (wie? Casanova? Stendhal?) Ik ben vandaag begonnen aan het groote ‘rapport’ dat ik in het Januari-nr. wou zetten en kan dat stukje (anders bewerkt, maar mèt het ‘zitvlak’) veel beter daarin gebruiken. Als je dat panopticum dus goed vindt, stuur het dan aan Bouws, maar schrap het slot door, dus laat het eindigen met de onderteekening van Slauerhoff. Of schrijf anders een kaartje aan Bouws, dat hij dat stukje laat vervallen. (Maar leesbaar laten, a.j.b., want ik heb er geen copie van!)

Schrijf uit Eibergen wanneer je komen kunt. Wij gaan nu eerst Maandag. Waarheen moeten we je ons adres in de Ardennen laten weten? Beste groeten, je

E.

 

Je brief ontving ik, maar er valt niets op de antwoorden, omdat het een antwoord is op de mijne; en we zijn het blijkbaar tot in het kleinste onderdeel eens. - Hier komt Bep.

 

[E.d.P.-d.R.:] L.M.,

In Maurois' Byron staat een mooi motto voor je Ing. Zieke. ‘He brought back doubts. as solid as acts of faith.’ Hart. gr. je Bep

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie