E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Gistoux, [25 juli 1931]

Gistoux, Zaterdag.

 

Beste Menno,

Ik ben begonnen aan het werkje over Coster*; wat en hoeveel het worden zal weet ik nog niet. Wanneer kom je hier terug? Kan je niet probeeren dat zoo gauw mogelijk te doen, dus vóór de komst van Bouws? We zouden dan nog wat aan elkaar kunnen hebben voor het werk. Wil je je Nietzsche's in het Duitsch meenemen (alles, met het oog op citaten, die ik noodig zou kunnen hebben) en verder, als je ze hebt, al de latere Stem nrs., met de ongebundelde opstellen van Coster.

Laat ten spoedigste weten wanneer je komt. Jan van Nijlen zou n.l. graag een week-end hier zijn met jou samen en had 1 Aug. daarvoor (in gedachten) weggelegd.

Het is hier nu uiterst rustig. Hoe staat het met het Démasqué? Hart. gr. van je

E.

 

* Alle 's mans werken liggen hier!

Maandag.

 

Vandaag reeds 35 blzn. geschreven over onzen vriend. Marginalia en Dostojevski zijn besproken; nu de rest. Als je hier kwam, zou het gezelliger zijn! Tracht dus heusch zoo spoedig mogelijk te komen, je kunt immers later nog naar Eibergen terug?

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie