[p. 170]

Voor S.

 
Ik stel mij voor dat jij alleen mijn hand
 
zult houden, als ik met den dood zal strijden,
 
mijn vingers streelend, als zijn zeekre hand
 
mij worgt, maar langzaam - dat alleen wij beiden
 
 
 
aanwezig zullen zijn bij deze schand:
 
vleeschlijk bankroet van zelfs het hoogste lijden! -
 
wij twee; waren wij vleeschlijk niet verwant
 
als niets ons vleesch tot dàn heeft kunnen scheiden?
 
 
 
Je kinderhart, je blonde Rubens-vormen
 
zijn dan verlept: je bent een oude vrouw,
 
een oude en domme vrouw, die snottrend snikt -
 
 
 
Onhandig bij dit eind als bij de stormen
 
van vroeger, maar als vroeger blindlings trouw
 
aan 't krimpend lijf dat zwak mijn ziel uithikt.
 
 
 
E. du Perron