E. du Perron
aan
Soejitno Mangoenkoesoemo

Bandoeng, 24 maart 1939

Bdg., 24 Maart '39.

 

 

Beste Soejitno,

Gisteravond kwam je ietwat ontgoocheld briefje. Laat je niet direct ontmoedigen door zoo'n kleine tegenslag; vmdl. heb je over de Compagnie niets te zeggen, maar dat beteekent niet direct dat je geen ‘schrijverstalent’ hebt, hoogstens dat je je juiste draai niet gevonden hebt tot dit onderwerp. Schrijf mij bij gelegenheid maar eens persoonlijk welke indrukken het lezen van deze verzameling je gaf. Dat is dan ‘oefening’, al wordt 't niet gepubliceerd. Zóó oefende Multatuli zich, hier in Indië.

Overigens, als deze kleine inzinking je weer met kracht op de studie werpt, is dat opperbest. De studie gaat voor. Studeer eerst af; laat alles daar vooreerst voor schieten. Daar blijf ik bij.

Koch vroeg me om van de voetnoten toch maar een artikel te maken, omdat dit nu hinderlijk lezen is en zoowel Sjahrir's betoog als het mijne verbrokkelt. Hij kan best gelijk hebben. Ik zal er dus maar een geregeld betoog van maken, als Sjahrir's stuk is afgedrukt.

Hartelijke groeten, ook onder de vrouwen;

je E.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie