E. du Perron
aan
Soejitno Mangoenkoesoemo

Bandoeng, 24 december 1938

Bandoeng, 24 Dec. '38.

 

Beste Soejitno, Veel dank weer voor je hartelijke brief. Als je hier bent, zullen we een en ander ampel bespreken. Ik zal je vóórdien ook wel schrijven, maar stuur je nu eerst dit artikel,5763 dan kan je me dààr vast in enkele regels je meening over zeggen. Ik vrees nl. dat je mijn inzichten sterk overschat: ik heb hier eig. nog van alles te leeren. Dit is dan ook maar een eerste poging - ook om ‘wrijving’, in den zin van ‘contra-belichting’, te verkrijgen. Ik reken op jou; en misschien komt er een ander; maar wat je me in de eerste plaats moet zeggen, is: lijkt deze eerste poging je juist? Ik zou voor niets ter wereld willen dat de ‘indonesische jongere’ die mij leest, hierbij zegt: ‘O, hij wil ons eig. een zetje naar beneden geven’. Integendeel, ik wil prikkelen tot meer en beter.

Stuur me het stuk vrij spoedig terug. Ik antwoord van mijn kant spoedig ook beter. Ik zit nu tot over de ooren in het werk, schreef gisteren en eergisteren net 20 blzn. inleiding voor een herdruk van D.D.'s Boek van Siman den Javaan, die in Holland ter perse ligt.

Hartelijk steeds je

E.

5763‘Gesprek over een koloniaal verschijnsel’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie