E. du Perron
aan
H. Marsman

Tjitjoeroeg, ca. 15 september 1937

Beste Henny,

Gelijk hiermee zend ik, op je verzoek, alle fragmenten4907 die ik hier nog had naar Schorer, als aanget. dokument. Maar niet per luchtpost (dat zou te duur worden). Je kunt ze dus ± half October in Utrecht verwachten; ik hoop dat het vroeg genoeg is.

Het poeëm stuur ik hierbij, in de lezing die mij de beste lijkt. Maar dit wil niet veel zeggen, want ik vind het ding een volslagen kreng, dat in geen enkele lezing goed is. Rhetorisch gedoe, tooneel, met requisieten die geen mensch overtuigen: die geelverwrongen Christus en zoo - aanstellerij. Geef het, met nog een paar monsterachtigheden opgesmukt, als gedicht uit de jeugdperiode van Jacques Fontein; en laat hij er commentaar opleveren (bv. naar aanl. v. Odilon Redon) en zeggen in welke quasi-erge kitsch hij toen soms leefde en dat dit gedicht daarvoor zoo goed is (als getuigenis); dat hij 't geluk-kig nooit in zijn verzamelde gedichten heeft opgenomen etc. Dan maak je er een uitstekend gebruik van.4908

Jacques F. kan uitstekend worden, als je er veel aandacht aan geeft. Maar ‘Jacques’ is erg akelig. Liever ‘Andries’, als vriend De Hooghe! Of in ieder geval een hollandsche naam. Voor mijn part Karel, zooals ik zelf heet. (Neen; ook geen Andries.)

De titel? Ik kan ook niets bedenken. Niet: ‘Portret van een Dubbelganger’, dat wordt komisch. Liefst alle idee van ‘zelfportret’ en zoo eruit. Ik zie 't geheel nog te slecht om iets te bedenken. Als ik nog wat vind, achteraf, schrijf ik je. Je moet wel 3 verschillende briefkaarten4909 ontvangen hebben met notities over vorige vraagstukken!

Afgesproken: ik schrijf over je 3 dln.4910 Niet voor het prospectus dus. Dat vind ik allebei prettig.

Wanneer De Onzekeren klaar zullen zijn? God weet het! Als we niet toch nog fascist worden, en als er iets van me overblijft na het daggelderschap op's Lands Archief, dan misschien over 2, 3 jaar. Tenzij ik eerder een ‘eerste deel’ bij Q. uitgeef. Ik schreef hem onlangs4911 om hem over allerlei practische zaken te raadplegen, als hij mij daarop maar weer niet met joodsche tranen beantwoordt. Als ik kan doen wat ik me voorgenomen heb, zijn er 4 of 5 verhalen klaar tegen dat ik nr het Archief ga, dus vóór Januari 1938.

Het bevalt ons hier niet langer. De tegenwoordigheid van die 2 oudjes, de sfeer van die lawaaierig-politiseerende planters hier-die niets zien dan ‘dat Duitschland er toch maar prachtig bovenop gekomen is’ hangt ons den keel uit. We gaan nr. Garoet,4912 in een pension dat net zoo goedkoop is als eertijds dat hotel in Bretagne4913 en waar we vrij zullen zijn. Ik hoop daar te werken. Wschl. zitten we van 15 Oct-15 Dec. in Garoet, daarna in Batavia, maar dat hoor je nog nader. Schrijf vooreerst gewoon naar Tjitjoeroeg, ik laat aan 't postkantoor hier mijn post doorzenden.

Dat boek van Byron heet: Letters of B., selected bij J.R. Howarth, uitgeg. bij Dent in Londen. Als 't niet een ‘souvenir’ van mijn schoonvader was, stuurde ik je mijn ex. cadeau.

Bestel ook eens, voor een sfeer à la sommige stukken van J.F. (misschien inspireert het je): The Hill of Dreams van Arthur Machen. Het is eig. ‘mindere literatuur’, maar voortreffelijk geschreven. Rara, hoe zit dat? Uitgeg. in een serie van 3/6 genaamd The New Adelphi Library, bij Secker (kleine boekjes, prachtig om buiten te lezen. Doe dit echt; het zou me verwonderen als 't je niet wat ‘gaf.’

Ik ga binnen de week voor een paar dagen naar mijn oom du Perron, laatst overgebleven Du P. hier op Java, die sinds 1899 (toen werd ik geboren) zijn vader is opgevolgd als fransche consul in Tjilatjap. Dat plaatsje is verlaten en romantisch mooi, oude breede lanen van kanariboomen half overgroeid met gras, een kerkhof aan zee waar - naast een paar du Perrons - de groote houwdegen Toontje Poland4914 ligt (‘zijn naam zij zijn grafschrift’), en allerlei overleden jonge zeelieden, een ideaal-grafvoor Jacques Fontein: verder malaria en veel malaria-muskieten dus. Wat zou het prachtig stendhaliaansch zijn als ik mijn oom daar nog eens opvolgde: ‘consul de France à Tjilatjap’ (Tchilatchappe), is dat niet haast even mooi als ‘à Civita-Vecchia’?4915

Ik vind het een nare gedachte, die ik maar niet van me kan afzetten, dat jullie huis geen W.C. heeft; verder is alles best. Groet Thelen van me.

Hartelijke groeten onder ons 4, steeds je

E.

Later beter, maar schrijf jij dan ook wat meer!

4907Van Zelfportret van J.F..
4908Marsman heeft ‘Ballade’ (GN 35 (1937) 9 (september), p. 20-21) niet opgenomen in Zelfportret van J.F. en ook niet in zijn Verzameld werk I, Poëzie. De tweede strofe van het gedicht luidt: ‘boven den tweesprong van den weg,/een vlam in duisters roet,/hangt Christus' geel verwrongen lijf,/vaal en besmeurd met bloed.’
4909Niet teruggevonden.
4910Zie ‘Woordvoerder van het modernisme’. In Bataviaasch nieuwsblad van 20 augustus 1938 (Vw 6, p. 286-292). Over H. Marsman, Verzameld werk. Amsterdam etc. 1938. 3 dln.
4911Brief niet teruggevonden.
4912Vakantie-oord op de Preanger-hoogvlakte ten zuid-oosten van Bandoeng.
4913L'Hostellerie du Manoir in Le Roselier-en-Plérin, waar de DP's van midden oktober tot eind november 1933 en in december 1934 verbleven.
4914Theodorus Poland (1795-1857), was achtereenvolgens in dienst bij de Franse marine (1810-1814), het Nederlandse leger (1814) en het Indische leger (1815-1853); gold als het type van de 19e eeuwse Indische soldaat.
4915Waar Stendhal van 1830 tot en met 1841 consul was.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie