E. du Perron
aan
H. Marsman

Bellevue, 24 augustus 1933

Bellevue, 24 Augustus

 

Beste Hennie,

Ofschoon Bep klaagt en steent over de post die ons ruïneert, nog haastig deze brief. Maar antwoord nu niet tè gauw, want ik kan het niet laten! - Et v'la: stuur me alles, ja, of althans alles nà het 3e hoofdstuk. (Liefst maar wel alles: je hebt me nu mee in het bootje genomen en nu let ik graag op ieder stukje vaart. (Mooi beeld!)

Opdracht: verzen of Horde? Mon coeur balance. Van de verzen weet ik dat ik ze mooi vind. Al was het maar om dat ééne Lex Barbarorum... dan zou ik (om andere dan literaire redenen misschien) nu meer voelen voor de verzen. Maar aangezien de Horde juist in zijn ik-toon ‘mijn’ boek in jouw productie dreigt te zijn... Ik laat het aan jou over. Ik vind beide even mooi.

Over Angèle later, als ik de proef heb. Als ik een pak proeven terugzend zonder briefje, beteekent dat dat het best is. Ja?

Schreef je nog aan Hendrik de Vries? Vergeet dat nu niet! Mentor jij nu ook eens wat over een ander!

Ingesloten iets moois. Nog een pro-Coster-stuk, maar bezadigd. Braaf en van een aartslul, die ik toch wel mag. Ik heb den man geschreven, omdat hij mij over dit art. schreef. Lees het. Het is karakteristiek als Hollandsch phenomeen. En jij gelooft dat die menschen mij ooit zullen aanvaarden? Al schreef ik een ding 6 × Ducroo, Henri Brulard zelf of Barnabooth, dan vonden ze me nog ‘onedel’, want de Holl. adel is ‘metaphysiek’.

Je kunt nog iets voor me doen - maar het is de laatste keer dat ik het je vraag. Schrijf een stuk over (of naar aanl. van mijn Uren met D.C.) En doe er dan deze punten in af, in de volgorde die je zelf wil.

1.Jij tegen mij. Wat je me toegeeft, wat niet. -
2.‘Zij’ tegen mij. Al het gelul; de toespelingen over ‘verdachtmaken’, ‘onedel’, ‘bedoelingen die een ernstig mensch doen walgen’, ‘minderwaardige strekking’ (of wat zei die Pom?) enz. enz. Vragen wàt al deze ‘bedoelingen’ zijn? wàt ‘onedel’ is? geef een portret van al deze edele bedoelers van bedoelingen, waarvan niet één precies heeft durven uitspreken.
3.Coster tegen mij. - Ik heb Van Eckeren gevraagd hoe hij die anonieme rotzooi in De Stem overeen bracht met al het ‘idealistische’, ‘verhevene’ enz. van de Costerlijke figuur; en dat ik zoo naief was om zooiets ploertig te vinden en laf. En of hij mij zeggen wil wat hij hiervan denkt? Ik wacht op antwoord.

Ik ben een Don Quichote om dit zoo aan te pakken, maar het gaat tenslotte om het rechtzetten van een paar ideeën: de adel van ronduit onedel zijn, en de ploertigheid van al dit edele geïnsinueer. Als jij dit niet met mij eens bent, wie dan wel?!

Enfin, als je het heel erg vindt, doe het dan niet. Maar als je een artikel zou willen pennen in deze lijn - d.w.z. deze 3 punten afdoende - zou ik het erg prettig vinden.

Ik schreef nu 85 blzn. Ducroo (een verhaal van 40 blzn. en Indische herinneringen, 2 hfdstn., samen 45 blzn.) Et ça continue! Ik wou dat ik zoo met stoom kon doorgaan dat ik eind September totaal met ‘Indië’ had afgerekend. In Saint-Brieuc, of waar het zijn mag, begin ik dan een ander deel.

Geniet van je rust! Hartelijke groeten, ook aan Rien en van Bep. Je

E.

 

P.S. De vendutie in Brussel heeft nu tegen ± 15 Sept. plaats. - Met Menno was het erg aardig. Er zijn details, maar onzeker en beter mondeling te behandelen. Menno zelf is altijd erg prettig om bij je te hebben; wij waren ook bij Malraux.

 
2850 Je suis ton concubin, tu es ma concubine:
 
Si les cons et les culs conspirent contre nous
 
En dépit de leur loi et de toute combine
 
Nous concubinerons un bonheur plus que fou.

2850Geschreven op een apart velletje.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie