E. du Perron
aan
G. Burssens

Gistoux, 14 juni 1928

Gistoux, Donderdag.

 

Beste Burssens,

Het is volkomen - maar dan ook volkòmen IDIOOT als die gedichten niet opgenomen werden! en let wel: van de eerste tot de laatste! In de Marsj van de Hete Zomer staan veel gewaagder woordjes. Hoogstens zou men voor die brille-lulletjes de ‘kont van de zeegod’ in ‘de billen van de zeegod’ kunnen veranderen.391 Wel ben ik van gevoelen alles in de appendix te doen, maar spreek er eens serieus met De Bock over en laat je duidelik uitleggen het waarom. - Wie van de Gemeenschapsheren is er tegen? wie kènt deze gedichten? Ik heb grote lust zelf aan die kwibus* te schrijven. Mij dunkt, het moet niet al te moeilik zijn zelfs die kindertjes uit te leggen dat, bij een komplete uitgaaf van P.v.O.'s gedichten, niet vijf gedichten opeens, zo maar, zonder klemmender argumenten, zouden moeten worden weggelaten. Ben je er zeker van dat het niet een uitvinding van De Bock zelf is, omdat het anders niet meer goed uitkomt met zijn papier of zo? Zeg hem in dat geval dat wij beiden het extra-vel zullen betalen; of beter nog, zeg dat je dan liever de hele appendix terugtrekt om met deze vijf gedichten in een apart uitgaafje te doen verschijnen. In ieder geval doe wat tegen deze inepte houding.

Nu over Avontuur. Je doet beter aan Blijstra te schrijven, die toch stukken minder kloterig is, in zijn gewone doen, als Dinger. Zijn adres is: iii, Weteringschans, Amsterdam. Maar laat die Dinger er dan ook uit. De oplaag zou dan tot 200 exx. beperkt kunnen blijven, en voor nr. 6 betaal ik wel weer mee. Welnu, Breuer vraagt voor 1 nr. in 200 exx. 270 frs. per vel, dus 3×270 frs. = 810 frs.; dan, voor minstens één cliché, 60 frs., dat is dus 870 frs., en voor het omslag 30 frs., dat maakt 900 frs. precies. Baseer je op 900 frs. per nummer; dat is ook wat ik voor Av.6 heb betaald (behalve dan de 100 frs. die jij mij zond). - Voor Av.6. krijg je van mij 300, desnoods 400 frs. De zaak is dus ± 2300 frs. bijeen te krijgen. Zie eens wat Blijstra doet, als je hem schrijft. - De kwestie is n.l. dat Breuer nu vooruitbetaling vraagt, of althans: gedeeltelike vooruitbetaling.

Waarschuw Dinger, in geval van voortzetting, dat, als hij zwijgen blijft, je hem uit de redaktie schuift. Je zou dit dan op de binnenkant van het omslag moeten vermelden.

Aan tekst voor nr.4 ontbreekt het je nu niet. Je zou een paar medewerkers kunnen opscharrelen en hun vragen bij te dragen, geldelik, bedoel ik. Misschien die mijnheer Rombouts en nog zo een paar. Van mij kan je desgewenst nog twee verhalen krijgen: De Avonturiers (waarover ik je reeds schreef) en Voor alle Zekerheid (een soort vervolg van Zo leeg een Bestaan). Maar als Blijstra en Dinger niet meewerken, vergis je dan niet in wat de tekst betreft: 48 blzn. is vrij véél; en je kunt niet alles met de grotesken van Paul vullen. Enfin, zie wat je doet, en wees verzekerd dat ik je graag zal helpen.

Met hartelike groeten, steeds je

EdP.

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

391Zie het gedicht ‘Leven’ in: P. van Ostaijen, Vw, poëzie 2, p. 172.
*Die Gemeenschaps-kwibus, bedoel ik.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie