2517. Aan A.A.M. Stols: Parijs, 8 mei 1935

Parijs, 8 Mei '35.

Beste Sander,

Dank voor het gezondene. Ik sprak gisteren een dokter, die zich zeer ontevreden betoonde over mijn ‘algemeene staat’ en mij zoo mogelijk een maand volkomen rust voorschreef. Dat zal niet gaan, maar ik hoop dat de ± 14 dagen met Marsman in de Ardennen mij toch een heel eind op streek zullen brengen. Fermina neem ik mee.

Die paar zinnetjes over Serena kan je zelf wel maken. Zet maar: idylle; jonge Engelschman, Italiaansch meisje uit lagere stand; achtergrond van Italië; Landor's meesterschap; etc. Veel valt er niet over te zeggen!

[p. 324]

Ik zal Marsman vragen of hij iets heeft. Maar wat bedoel je? Een Vertaling?

Ik raad je aan, voor de ‘kleine serie’: Trois Rencontres van Toergenjeff (staat achterin Dmitri Roudine van Stock); en van Pierre Louijs, het prachtige verhaal L'homme de Pourpre.

Laatst vroeg je me een photo van me, voor de een of andere reclame; maar ik had toen niets. Hierbij iets dat mijn onderbuurman hier maakte, en dat nogal ‘jung und schön’ uitgevallen is, niet?

Is Larbaud in Parijs of elders? Ik wou hem, als Fermina klaar is, over een paar punten consulteeren.

Hartelijke groeten, steeds je

E.

 

De baby blèrt goed en is dus best. Hoe gaat het jouw nakomelingschap?

Ik ga overmorgen naar Brussel en hoop Maandag in de Ardennen te zitten - of liever: te loopen. Moge ik gebruind, soepel en werklustig mij hierna weer op Fermina kunnen werpen!

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie