2294. Aan A.C. Willink: Parijs, 12 november 1934

Parijs, 12 Nov.

Beste Carel,

Hierbij toch het stuk van Engelman324 terug. De kritiek is je goed gezind; ik las ook elders een lang niet onaardige bespreking van je werk, maar je hebt (voor dezen tijd zeker!) gelijk: wat helpt je dit alles als het je niet in staat stelt ongeveer menschwaardig te bestaan?

Misschien heb je gelijk dat het nu de tijd niet is voor exposities hier. De holl. schilders die hier wonen en exposeeren zooals het uit-

[p. 159]

komt, klagen steen en been, fransche schilders komen ook van honger om. Een ‘revolutie van rechts’ wordt nog altijd verwacht - hoewel het voorloopig kalm is. De politiek zal ons allen, arme kunstenaars, dwingen ons met ‘serieuze’ zaken als voedingskwesties en staatsburgerschap bezig te houden. Ik spreek hier soms ook duitsche kunstenaars, die heelemaal aan het crepeeren toe zijn.

Ik hoop dat Wilma plezier beleeft aan de vertaling, waarin ik Malraux' stijl (die vaak heel eigenaardig is) naar beste kunnen heb gehandhaafd. Ik wacht overigens af wat de beroepsvitters van het Premsela-soort over dit boek zullen verkondigen, in de speciale blaadjes die daarvoor bestaan.325

Morgen begint mijn ‘school’, ik laat het hier dus bij. Als je naar Den Haag gaat - wschl. een heel goed idee, als je het klaarspelen kan - hoor ik het zeker.

Hartelijke groeten van je

E

 

Ik heb mijn belangstelling voor drukfouten nog niet verloren; als je er dus ziet in mijn vertaling, signaleer me die dan. De W.B. is voor verregaande slordigheid op dit gebied maar al te vermaard...

324Zie 2274 n 2.
325M.J. Premsela was in 1931 mede-oprichter van de Vereniging ‘Nederlandse Vertalingen’. In het orgaan van deze Vereniging evenals in Nederlandsche bibliographie en Het Fransche boek verschenen, ondermeer van Premsela, kritieken op vertalingen. Zie ook 16 n 1, 1071 n 1 en n 2.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie