2243. Aan J. Greshoff: Parijs, 11 oktober 1934

Parijs, 11 october.

Beste Jan,

Hierbij het stuk terug. Dit is nu ècht een bespreking van Slau224: hier en daar moppert hij wat (dat moet er schijnbaar bij), maar hij

[p. 117]

vindt het eigenlijk heel mooi, dat is duidelijk. ‘Slau en niet een beetje gek’, zeggen Bep en ik nu net tegen elkaar, 'dat kan nu eenmaal niet anders. Binnenkort schrijft hij over mijn Smalle.225

Overigens geheel logisch dat hij die ‘Simili Hai Kai’ zoo mooi vindt. Wat die 2 geciteerde verzen in het begin betreft (was Jany die ‘verheven dichter’?), ik vind precies in tegenstelling met Slau het kwatrijn echt en alleraardigst en die groeterij heb ik altijd een beetje ergerlijk gevonden, op de 2 laatste regels na die zéér mooi zijn (en waarvan de voorlaatste in het citaat werd verpest).226

Slau komt hier pas begin November. Gelijk hiermee schrijf ik naar Hennie in Potsdam om hem te vragen dan ook hier te komen, voor hij naar Holland gaat. Doen jij en Menno dat dan ook.

Schreef ik je dat ik van den goeden Jan v.N. een brief kreeg? Ik antwoordde daarop. Het is nog lang niet best, zooals het nu met hem is, maar enfin.

Wat zeg je van le supposé Petrus Kelemen? Hij wist wat hij wou, die mijnheer; ik heb er gisteren met een eigenaardige verrukking door rondgeloopen, niet om de gedoode exemplaartjes van meer of minder verpolitiekte smeerkeezen, maar omdat dit protest mogelijk blijft! Waarom is er geen Kelemen voor Hitler gevonden? wat had hem meer kunnen overkomen dan hem nu overkomen is? Stel je voor, een Kelemen die een wagen had schoongeveegd met Hitler, Goering en Goebbels erin? potvermille en nondeku, ce qu'on se serait amuseï, non, ça ne peut pas se raconteïr! om Pikhaantje en Libeau te citeeren.227

Is die veroordeeling van Van Ravesteyn228 overigens niet iets om tegen te ageeren? Kunnen wij - jij, Menno, ik, Slau, nog wat menschen - geen organisatie vormen met protesten, lijsten, artikelen, zoodra zooiets weer plaats heeft? Het ongeluk is, in dezen tijd, dat alleen collectieve acties helpen. Last sprak er mij over, zeggend dat het communisme voor Holland verdacht was, maar dat verbonden

[p. 118]

niet-communisten misschien toch op die manier wat konden bereiken tegen dergelijke fascistische procédés. Ik had vroeger al het idee om een soort club voor individualistische vrijheid te vormen, met Kramers, Menno, enz. (na de Liepmann-zaak).229 Dat scheen toen niet te gaan. Maar kunnen we niet iets beters vinden, iets ‘wijders’ ook, voor het goede doel, en om die staatskoetsiers te bewijzen dat wij althans met kracht protesteeren als zij op deze manier optreden. Als je altijd vooruit zegt ‘het helpt toch niet’, is dat de manier om tenslotte als schapen in een concentratiekamp te komen. Op Urk, zegt men!

Schrijf mij hierover. Hartelijke groeten van je

E.

 

P.S. - Kan je mij de drukproeven van Ons Deel van Europa niet zenden, als Varangot ze nog niet weggegooid heeft. Ik wou ze nl. sturen aan De Kom,230 om wat er over zijn boek in staat. Las je dat boek en bespreek je het nog in Gr. Ned.?

224‘Een poëtisch levenswerk’ (over Greshoffs Gedichten 1907-1934). In Nieuwe Arnhemsche courant van 6 oktober 1934 (av.).
225Niet gebeurd.
226Die laatste twee regels van het gedicht ‘Ik groet u’ dat Slauerhoff echt vond klinken, luidden in het citaat: ‘Gejaagd, gedeukt en toch nog zoo/ Gebrand op dit onzalig leven.’ In J. Greshoff, Gedichten 1907-1934, p. 82 eindigt de voorlaatste regel op ‘nog even’.
227Fluppe Pikhaantje is een personage uit een strip van Edgard Tijtgat.
228Op 5 oktober werd W. van Ravesteijn (1876-1970) vrijgesproken van de beschuldiging, dat hij in het dagblad Vooruit de Italiaanse koning zou hebben beledigd.
229Zie 1969 e.v.
230Zie 2189.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie