E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bandoeng, 18 mei 1939

Bandoeng, 18 Mei '39.

 

Beste Menno,

Gister kreeg ik van Fred Batten een kort bericht over je ontslagnemen bij het Vaderland. Hoewel ik dit op de een of andere manier, na 't gebeurde met Vestdijk, na een paar uitlatingen in je eigen brieven, in de lucht voelde zitten, is het toch nog een verrassing voor me geweest. We zijn nu dus alle 3 ‘literair kroniekschrijver’ àf. - Het is overigens typeerend voor de afstand èn voor de verzwakking in de vriendschap, dat je me niet zelf hierover schrijft; ik zou in zoo'n geval het eerst aan Jan en jou geschreven hebben. Ik heb vele roteigenschappen, maar niet die dat ik eigenlijk verlang dat mijn vrienden naar een ander gaan met hun ‘klachten’.

Enfin, het is blijkbaar niet anders. En inderdaad, op 17 Mei hooren van een ontslag dat op 6 Mei plaats had, is niet je ware. Toch hoop ik mettertijd nog iets ‘intiemers’ hierover te hooren van jezelf, want uit het bericht van Freddy kan ik niet goed wijs worden. Waarom heb je ruzie met dien hyper-ouwehoer van een D. Hans? Om Vestdijk? Om de moreele herbewapening? Ik leef blijkbaar buiten alles, want ik weet van niets.

Een paar dagen geleden schreef ik je per gewone mail een briefkaart; niets bizonders. Die K. en O.'s zal ik nu maar aan Freddy zenden.

Ik ben vol aandacht voor de rest van je wederwaardigheden en natuurlijk bereid, voor je te doen wat ik kan. ‘Geef me een paard en een wapenrusting en ik hak alle ridders van de herbewapening van hun schimmelpaarden!’ - Kan je niet hoofdred. worden van het Holl. Weekblad, nu Jan weggaat, en daar, voor ¼ althans, een goed blad van maken? Kunnen jij, Vestdijk en ik niet samen een weekblad oprichten in het land waar de N.S.B. alleen gecureerd kan worden door de Moreele Herbewapening, die àlle oude hypocrieten en filisters verzamelt en met levenselixirs inspuit? Ik voel dit ontslag van je voorshands niet als een nederlaag, maar als het begin van iets dat goed kan worden.

Op 't oogenblik werk ik als een bezetene aan mijn 2e deel Indische Belletrie om in Juli klaar te zijn. Augustus of September kunnen we al in Holland terug zijn; als je plannen maakt voor krijgstochten enz., wil je daar rekening mee houden? Na een zeereis hoop ik mijn laatste resten longontstekingsmisère kwijt te raken en frisch naast je te komen. Ik wou dat je diepste gedachten de kleur hebben van ‘ze zijn nog niet van ons af, - juist nu niet’; vooral niet van ‘er is geen plaats meer voor ons’, enz. In ieder geval, het allerbeste! Ik schrijf beter en juister, zoodra ik wat meer gegevens heb. Als je - doordat je de handen vol hebt - geen compleet verslag kunt geven, schrijf dan één blaadje vol met het hoognoodige; en laat zoonoodig Ant de rest erbij schrijven. Alles wat jou overkomt, overkomt mij ook, - ik vind dat het een beetje je plicht is dat niet te vergeten.

Veel hartelijks van ons 2 voor jullie 2,

een stevige hand van je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie