Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 25 september 1933

R'dam, 25 Sept. '33

 

Beste Eddy

Ik ben enthousiast over je Nietzsche-apologie en uitstekende bestraffing van het kloen Tielrooy!! Als het eenigszins kan, moet dit nog in December geplaatst worden, ik zou zeggen, ook (of desnoods) ten koste van de Liaisons. Dit is de beste polemiek tegen het Costerisme, die je ooit geschreven hebt, juist omdat je N. als positief neemt en een zoo welwillend-nietszeggend-erudiet heer als T. als negatief. Zij passen precies in elkaar en het is je volkomen gelukt de suggestie van het ‘kloppen’ te leveren. Bijzonder frappant vond ik de passage, waarin je het verschil tusschen N. en Diderot c.s. aangeeft; dat is voortreffelijk geformuleerd en geeft precies weer, wat ik ook voelde, maar niet zoo pregnant in Politicus onder woorden kon brengen. - Ik heb maar een paar opmerkingen. Op pag. 5 zou ik de ‘smeerlapperij’ veranderen; het woord verzwakt je betoog, omdat het suggereert (wat verder heelemaal buiten de toon van je artikel is gebleven), dat deze Rohde een oplichter was of een schurk; en dat was hij ten eenenmale niet; in ‘smeerlapperij’ zit een ethische verachting, die een soort godsgericht inhoudt; kortom, ik vind het woord hier absoluut fout en verwarrend. (Ik zou haast zeggen: was die Rohde maar een smeerlap geweest! maar hij schreef Psyche, op zijn duitsch ‘psuusje’, en dat is erger!). Verder is de slotregel een gemist effect, omdat geen Hollandsch lezer dien Camy kent (ik b.v. ook niet), en dus de pointe, die ik wel aanvoel overigens, niet tot zijn recht komt. Maak dat een beetje duidelijker en schrijf me meteen eens, wie die Camy was! - Overigens heb ik geen amendementen, behalve een paar met potlood aangegeven ‘taalfouten’ (dan - als, processus-proces, naar - en). Het is een prachtig stuk, een hommage à Nietzsche bovendien (en aan Malraux) in ‘topvorm’.

Ik wacht nu je tweede reactie op de Forum-zaak. Ik bloed zoo nu en dan bepaald bij de gedachte, dat we geen papier meer zullen hebben; maar alles liever toch dan die hemeltergende combinatie met dat stel vlaamsche lummels. Greshoff's protest is zonder twijfel niet heelemaal zuiver op de graat (ik acht Maurice's intenties boven verdenking verheven), maar het verandert voor mij niets aan de principieele kant van de quaestie.

Nog niets definitiefs van Het Vaderland. Morgenstern stond er fraai in en het was, al zeg ik het zelf, geen slecht debuut. Maar tegen een taai stuk journalist als Scholte maak ik, dunkt me een schijntje kans, vooral als de directeur hem nog protegeert ook.

Onder dit schrijven belt Zijlstra me op. Ik heb hem nu maar meteen gezegd, dat ik aan het plan-Maurice niet meedoe; en hij zegt mij nu opeens uit eigen beweging, dat hij, als de loop van zijn zaak het eenigszins permitteert, van plan is onze copie in een soort cahiers te drukken! Als dat mogelijk blijkt, is het voor mij bepaald een verlichting; en ik heb geen reden om aan Zijlstra's intentie te twijfelen. Ook bij de onderhandelingen met Maurice heeft hij zich weer zeer correct en zelfs welwillend gedragen. Deze tijding lijkt mij een eerste gunstige klank in de liquidatieprocedure.

Tot nader! hart. gr. je

M.

 

Zend mij het ms. dus persklaar terug!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie