Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 9 november 1932

R'dam, 9 Nov. '32

 

B.E.

Ik vergat gisteren nog de verzen in te sluiten, die je voor Groot-Nederland wou bestemmen. Maar bij overlezen vind ik het sonnet De Vooruitgang toch eigenlijk heel goed en b.v. erg geschikt om bij je stuk over de revolutie te verschijnen. Vind je ook niet? Ik houd het dus zoolang nog hier; het is ook al gezet. - De beide andere blijf ik ongeslaagd vinden, rijmelachtig-kryptisch.

Gisteren Bouws gesproken; hij bloeide in huwelijksgeluk en was 17 pond aangekomen, nu al! Overigens was hij ‘de oude’, sprak alleen over ‘mijn vrouw’ en zoo. Enfin. Ik heb met hem een voorloopig December-nummer geprojecteerd, waarin Anthonie Donker en je beide panoptica. Ik zal dan iets over Salverda maken. - Voor de briefkaart met vragen voelde hij niet veel, omdat dat volgens hem een bewijs van onzekerheid tegenover de lezers zou zijn. Ik kan daar wel inkomen; het zou inderdaad (ook al onderteekenen wij niet) kunnen lijken op: Schrijf ons, lezer, uw koers voor. Wat toch allerminst onze bedoeling is. hart. gr. voor jullie beiden

je Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie