Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 16 februari 1931

R'dam, 16 Febr. 1931.

 

Beste Eddy

Vandaag kom ik pas tot schrijven, omdat ik bij mijn schoolaffaire allerlei rotbesognes had, die geen uitstel konden lijden, (zoo o.a. het aanschouwen van ‘cinéma pur’ van Ivens te Amsterdam, waar Bouws' wagen ons heenbracht). Maar bovendien werkte ik als een gek aan Hampton Court, met het resultaat, dat er nu nog 2 of 3 pagina's aan mankeeren. Als het dus naar wensch gaat, stuur ik je de zaak nog deze week; want zooals gewoonlijk is het ‘burgerlijk’-voltooide van een boek me dermate een obsessie, dat ik aan het bijvijlen pas beginnen kan, als ik er afstand van heb genomen. Je krijgt dus het ‘typoscript’ in den eersten, ruwen vorm, waarin het werd neergeschreven.

En nu eerst van harte bedankt voor de zeer mietersche deeltjes Larbaud, die er zoo buitengewoon sympathiek uitzien, dat ik er zoo spoedig mogelijk aan ga beginnen. (tusschen haakjes Faux Monnayeurs bezit ik). Maar eerst moet nu dat oor van Hampt. C. definitief gevild zijn, ik kan er bijna niets onderdoor lezen.

Ik heb een nieuw plan gemaakt. Klaarblijkelijk bezwaart je de reis naar hier in Februari. Nu komt Gerda een week later, zoodat ik 28 Febr. (dag van salaris-inning) nog alleen ben. Zullen we nu afspreken, dat Bouws en ik dien dag naar Brussel komen, en dat jij in Maart kennis komt maken met Gerda? Dat lijkt me een tweezijdig aangename oplossing. Schrijf er spoedig even over.

Op het artikel van Binnendijk zal ik toch moeten antwoorden. Ik heb nu het stuk degelijk overgelezen; het zit zoo boordevol aantastbare plekken, dat het zonde zou zijn, deze attaque op de poésie pure te laten voorbijgaan. Ik zal dan natuurlijk op Prisma niet meer terugkomen. Het stuk van Slauerhoff is mij uit het hart gegrepen! Ik heb Binnendijk een brief geschreven, om hem uit te leggen, hoe ik met een ‘querulant’ als jou bevriend kan zijn; maar ik weet niet, of hij het zal apprecieeren.

Ik hoop, dat je in Maart dan toch ook mijn broer zult ontmoeten. Het is een merkwaardig individu, al zeg ik het zelf. Het boekje, dat hij inkeek, was echter Poging tot Afstand, dat werkelijk veel beter, ferventer is dan Bij Gebrek aan Ernst. Die zelfmoord b.v. is uitstekend, daar zit veel meer saus in dan die magere dingen uit B.G.a.E. Er staat een massa goeds in, ik zal het je 28 Febr. wijzen.

Om te repliceeren op de verkoopsmarge van je werken: v. Loghem Slaterus bericht mij juist, dat er van Mei tot 31 Dec. 1930 van het Carnaval 570 exemplaren zijn verkocht. Daaraan verdien ik... ƒ 2.39 (niet ƒ 239)! Maar nu, zegt hij, begint er een toekomst van louter winst, want de onkosten zijn eruit. Afwachten. Van Cinema Militans, uitgegeven bij de katholieke schoeljes, heb ik nooit een opgave of afrekening ontvangen. De christelijke moraal houdt zich met zulke kleinigheden, ondanks het bestaan van een bindend contract, niet op! - De oplaag van het Carnaval was 750 ex., er zijn er in 1931 nog een 80 verkocht, dus je ziet, dat de herdruk nadert. Als v.L. tenminste wat in een herdruk ziet. Ik zal erover spreken, als ik Hampton Court kom venten.

Inderdaad, dat bakkes van Shakespeare is frappant! Het is zelfs schokkend, als je er naar kijkt!

Een editie van Perk bezit ik, de 14e, zeer bête druk. Ik heb nooit een aardige gezien, het zijn bijna altijd van die zemelige bandjes. De mijne draagt van lussen voorziene harten, sommige met dunne stelen verbonden aan hollandsche schaatsen. Niet aanbevelenswaardig!

Schrijf snel over de reisplannen! Hart. gr., ook van Truida, van je

Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie