E. du Perron
aan
J. Greshoff

Bellevue, 16 december 1932

Bellevue, Vrijdag

Beste Jan, Dank en nogmaals voor alle knipsels, uitscheursels, missives etc., die iederen dag door de post worden binnengedragen. - Dank ook voor het art. over Willink, het is natuurlijk in ieder geval goed - althans voor mij! - Ik kreeg zooeven proeven van het detective-verhaal en zal mijn best doen om je nr II vóór 4 Januari te zenden. Ik wou graag 10 of 15 overdrukjes hebben van No I: kan dat? 15 als ze niet te duur zijn. - Ik schrijf vandaag een groot stuk bij mijn Flirt met de Revolutie: gisteren 14 blzn., vandaag de rest. - Pia zal zeker bezwaren hebben tegen het signaleeren van een faux2474; het is juist aardig dàt de menschen het slikken; bovendien, als Schiffrin of een ander echt kwaad wordt, kan men een nieuw onderzoek in laten stellen, waarvan niet alleen Pia, maar ook ik, als z.g. bezitter van het MS, allerlei last kunnen hebben. Niet ‘levensgevaarlijk’, maar vervelend. En het is juist zoo aardig dat al die geleerden het voor zoete koek opeten. Maar als je wilt, zal ik er Pia nog naar vragen - ik zie hem eerstdaags wel. - De arme Bep is uit haar doen, omdat we nu die rotzooi zoowat kregen (een brief was er niet bij!) - ze moet nu probeeren iets samen te flansen over de val van het ministerie. Dat heb je nou van - prix Goncourts, daar draai je je hand niet voor om! Nu, tot straks. Je

E.

Wat is dat daverende snertstuk van M. Kijzer; wie is dat? En wie is K?2475

2474Het gaat hier om een door Pia vervaardigd prozagedicht van Baudelaire, door Y.-G. le Dantec voor authentiek aangezien en opgenomen in zijn Pléiade-uitgave van Baudelaire, Oeuvres complètes (1930) met de vermelding dat het manuscript in het bezit was van DP.
2475Wschl. heeft Gr. dit stuk ter plaatsing in GN toegezonden gekregen, maar geweigerd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie